Op 6 september 2009 zal een team van zes Roemeense jongeren, die geselecteerd zijn in opvangcentra, weeshuizen of op straat, in Milaan gaan strijden voor een plaats in het klassement van de beste dakloze voetballers ter wereld. Dit WK-voetbal voor daklozen bestaat uit korte wedstrijden van 14 minuten, waarbij slechts een gering budget beschikbaar is: iedere deelnemer ontvangt duizend euro. Maar die moeten er wel eerst van overtuigd worden dat dit bedrag heel wat meer waard is dan hun vertrouwde dosis "Aurolac" (een roes veroorzakende walm die vrijkomt bij de verbranding van plastic zakken) of alcohol.

Het WK-voetbal voor daklozen vindt in september voor de zevende keer plaats. Aan het toernooi doen straatkinderen uit de hele wereld mee. Het biedt hun de mogelijkheid om los te komen van hun vroegere gewoontes, een baan te vinden en hun opleiding voort te zetten. En om te voetballen. Voor de Roemeense jongeren, die in hun leven al de nodige tegenslag hadden geïncasseerd, was de ontdekking van dit wereldkampioenschap te vergelijken met het moment waarop ze hun eerste chocoladereep kregen: een aangename, maar – vooral – kortstondige sensatie. Want een van de regels van dit toernooi is dat een speler nooit meer dan één keer mag meedoen.

Een kans om zichzelf te bewijzen

Het Roemeense team werd vorig jaar in Australië uitgeschakeld door het team uit Mexico. "Van de twaalf wedstrijden hebben ze er acht gewonnen", aldus Mihai Rosus, die voorzitter van het Roemeense straatvoetbalteam is. Na thuiskomst pakten ze hun leven op straat weer op, met 1.000 euro op zak. "Toch heeft een van de spelers een appartementje gehuurd voor zes maanden, maar een andere heeft al zijn dakloze vrienden drie dagen lang op drank getrakteerd."

Aanvankelijk wilde Mihai ze het liefst allemaal bij hem in huis nemen. "Elf jaar geleden zag ik hoe zij het verdovende middel Aurolac snoven. Ik vroeg hen meteen of ze niet liever met mij wilden komen voetballen. Ze reageerden enthousiast. En daarom ben ik – als amateur – blijven voetballen, met deze jongeren", vertelt hij. Van een Schotse priester, die humanitaire hulp verleende in Timişoara, in het westen van Roemenië, hoorde hij van het bestaan van de Homeless World Cup. Vorig jaar is Mihai Rosus begonnen met het inzamelen van geld voor de reis naar Australië, waarbij hij een beroep deed op diverse stichtingen, sponsors en partnerschappen. "Ik weet nog dat sommige spelers nog nooit een vliegtuig hadden gezien", herinnert Rosus zich. "Er waren spelers die dit evenement zagen als een kans om zichzelf te bewijzen, maar de meesten zijn helaas weer op straat terechtgekomen, omdat ze er niet in slagen hun oude levensstijl te veranderen." Volgens de statistieken vindt 35% van de deelnemers na het kampioenschap een baan, 44% vindt een dak boven zijn hoofd, en 93% lukt het om van de drugs af te blijven.

Voornaamste obstakel is de agressiviteit

Het voornaamste obstakel waar hij steeds weer tegenaan loopt, is de agressiviteit van de geselecteerde spelers, een agressiviteit waarmee ook de trainer van het team, de Roemeense oud-international Florin Batrânu, heel wat te stellen heeft. "Wij richten ons op de jongeren die in eerste instantie geen gewelddadig gedrag vertonen, maar zelfs dan hebben we problemen, want bij het minste geringste wat je zegt of doet, worden ze kwaad en lopen ze weg", licht Rosus toe. "Maar Florin heeft hun duidelijk gemaakt dat ze het niet licht moeten opnemen. Wie niet serieus is, kan beter terugkeren naar zijn daklozenbestaan."

Het kostte Mihai Rosus dit jaar geen moeite om een voetbaltenue voor zijn spelers te vinden: het straatvoetbalteam wordt gesponsord door de profvoetballers van de Roemeense Voetbalbond, die hun eigen shirts en broekjes hebben aangeboden. Als tegenprestatie hebben de spelers beloofd om met een beker thuis te komen…