De ontslagen – zijn die dan niet politiek gemotiveerd en een poging om onwelgevallige redacteuren te lozen? Liegen ze dan, de ontslagen journalisten in Hongarije, die beweren dat de staat ze heeft ontslagen omdat ze te kritisch zouden zijn?

De perswoordvoerster van de MTVA, een nieuw opgerichte, ingewikkelde instelling, die zich het mediadienstverlenings- en vermogensfonds noemt, zit in haar kantoor in Boedapest, spreekt rustig en glimlacht veel. Maar nu glijdt haar glimlach van haar gezicht. “Wie zulke verwijten uit, moet daar met naam en toenaam voor instaan.

Dat zouden ze maar al te graag doen, de ruim 550 journalisten en werknemers van de publieke omroep, die in juli zijn ontslagen. Velen van hen zouden graag hun mond opendoen, hun naam noemen en rekenschap verlangen. Of op z'n minst een verklaring. Maar er is die clausule in hun contract.

Als iemand zonder toestemming van zijn werkgever over zijn arbeidscontract spreekt, raakt hij of zij zijn of haar afkoopsom kwijt. Een vader of moeder met één of meer kinderen thuis zal zich wel twee of drie keer bedenken voor hij of zij dat óók nog riskeert. Dus doen de journalisten er officieel het zwijgen toe. Ze hebben echter veel te vertellen.

Meneer A. was slechts één van velen

Het was 5 juli toen een stille man met grijs haar – laten we hem meneer A. noemen – via de telefoon te verstaan werd gegeven, dat hij zich de volgende dag om tien uur op zijn werkadres wilde melden. Er volgde ook nog een e-mailtje, om te bevestigen dat het bericht was aangekomen.

Dit was de eerste stap in een massale ontslagprocedure. Meneer A. was slechts één van velen. De volgende dag kwam hij op zijn werkadres aan. Vier collega's zaten daar al te wachten. Ze werden kort na elkaar naar binnen geroepen. Wie weer naar buiten kwam, had een enveloppe of een blad papier in de hand.

De grote enveloppe betekende: dit is het einde”, aldus meneer A. “Het papier betekende: geluk gehad.” Dit papier was een nieuw arbeidscontract, dat meteen onder de ogen van de chef werd ondertekend.

Meneer A. was als derde aan de beurt. Geen gesprek duurde langer dan vijf minuten. Meneer A. kwam de kamer binnen en ging tegenover drie mensen zitten. Hij kende geen van hen. “Zoals u weet, zijn we aan het saneren en helaas...” Meneer A. wist wat er ging komen. Hij nam de enveloppe in ontvangst en vertrok. De hele dag ging het zo. “Het was onmenselijk”, zegt hij.

Dat degenen, die ontslagen werden zich onrechtvaardig behandeld voelen, is niet vreemd. Dat de collega's, die mochten blijven, daar niets van begrijpen, is dat wel. Tot degenen die moesten vertrekken behoorden de besten, zeggen zij. Er is geen twijfel aan dat de ontslagen zijn gebruikt om onwelgevallige journalisten te lozen.

De publieke omroep in Hongarije is een opgeblazen, duur apparaat

Ontslagen werden: winnaars van de Hongaarse Pulitzerprijs, presentators die in heel Hongarije bekend zijn, opkomende en bekroonde jonge talenten. Gepromoveerd werden: journalisten, die plotseling verantwoordelijk werden voor nieuwsprogramma's, hoewel ze zich voorheen louter met boulevardprogramma's bezighielden.

Of redacteuren als de 32-jarige Dániel Papp, een voormalig woordvoerder mediabeleid van de rechts-radicale Jobbik-partij, die nog onlangs een bijdrage over de Groene politicus en Orbán-criticus Daniel Cohn-Bendit vervalste. In de bijdrage werd aan Cohn-Bendit gevraagd, of hij van mening was dat het seksueel lastig vallen van kinderen tot de Europese grondrechten behoorde. Cohn-Bendit gaf de journalist een uitvoerig antwoord, maar in de bijdrage lijkt de politicus de kamer zonder verder nog iets te zeggen te verlaten. Papp werd niet ontslagen. Hij is tot chef van de centrale nieuwsredactie bevorderd.

De grijsharige meneer A. spreekt niet tegen dat er ontslagen nodig waren. De publieke omroep in Hongarije is een opgeblazen, duur apparaat, dat weinig kijkers trekt, maar wel ondoelmatig en corrupt is, en financieringsproblemen heeft. Er zijn meer dan drieduizend werknemers. In 1996 werd de oude mediawet afgeschaft; sindsdien heeft geen enkele regering serieuze pogingen ondernomen om de structuren te verbeteren – en de partijpolitiek buiten de deur te houden. Ook de socialisten hebben dat niet gedaan.

Het gevaarlijkste bastion tegen zichzelf

Nu pakt Viktor Orbán deze zaak op dezelfde manier aan als hij dat ook met andere zaken doet: hij zoekt een echte misstand uit en gebruikt die om zijn ideologie te verspreiden. In april vorig jaar verkreeg zijn partij Fidesz een tweederde meerderheid in het parlement. Sindsdien voelt Orbán zich geroepen, zijn ideologie van de 'nationale eenheid' van Hongarije waar te maken. H

ij heeft een nieuwe grondwet laten opstellen en het hooggerechtshof verzwakt; hij heeft zijn eigen mensen op de belangrijkste posten benoemd. Zijn macht zou zich zelfs nog laten voelen, als Orbán zou worden weggestemd.

Deze winter heeft hij een mediawet laten aannemen, die sinds juli volledig van kracht is en een einde maakt aan de oude omroepstructuren. Alle journalisten van de publieke omroep vallen voortaan onder de MTVA. De productie, de programma's, alles wordt centraal door de MTVA georganiseerd. En de MTVA produceert via zijn eigen agentschap alle nieuwsprogramma's voor alle zenders.

En de private omroep dan? Twee zenders, die als kritisch jegens de regering gelden, weten nog steeds niet of hun licenties zullen worden verlengd, of onder welke voorwaarden. Ze krijgen al een hele tijd geen overheidsspotjes meer.

Op een verregende zomerdag komen tientallen journalisten in Boedapest bijeen. Bijna allemaal zijn ze ontslagen. Wantrouwend kijken ze naar degenen die zijn gekomen, hoewel ze nog werk hebben. Is dat een uiting van solidariteit? Of zijn het toch een soort mollen, die later verslag zullen uitbrengen?

Een jonge verslaggever is trots op zijn ontslag, omdat het een bevestiging is dat hij de juiste keuze heeft gemaakt. Hij wijst op de menigte ontslagen journalisten vóór hem, lacht, en zegt: “Zij behoren tot de besten. Hierdoor heeft Viktor Orbán het gevaarlijkste bastion tegen zichzelf geschapen.” En dat bastion groeit. In september volgen er meer ontslagen. Ditmaal gaat het om ongeveer vierhonderd werknemers.