Waar?

Met het zonne-energieproject Desertec wil men de zon naar zijn hand zetten in de Marokkaanse en/of Algerijnse Sahara, terwijl het waterkrachtproject gericht is op het bedwingen van de Kongorivier. Wat de twee projecten gemeen hebben, is dat het de bedoeling is het grootste gedeelte van de elektriciteit die ze in arme landen opwekken, te exporteren naar landen met beter ontwikkelde economieën. In het geval van de Sahara naar Zuid-Europa en in het geval van Kongo naar Zuid-Afrika. Ook buitenlandse mijnbouwondernemingen in de Democratische Republiek Kongo hebben, wederom, Europa als afnemer.

Hoe zou het in zijn werk gaan?

Volgens de ontwerpers van het Desertec-project is de zonne-energie waaraan de Sahara gedurende zes uur wordt blootgesteld voldoende om Europa een jaar lang van stroom te voorzien. Het opvangen, opslaan en transporteren van deze elektriciteit kost echter zoveel moeite dat het uiteindelijke doel is om in 15 procent van Europa's stroombehoefte te voorzien. Het Inga Dam-project in de DRC is gericht op het produceren van 40.000 MW, oftewel twee keer de capaciteit van de Drieklovendam in China en meer dan de totale productie van de hele rommelige energiemarkt in Zuid-Afrika. In de Sahara zou gebruik worden gemaakt van de nieuwe "Concentrated Solar Power" (CSP)-technologie: een uitgestrekt veld spiegels waarmee warmte wordt verzameld, water wordt verwarmd en turbines worden aangedreven. De opgewekte elektriciteit zou via directe stroomkabels onder de Middellandse Zee door naar Europa worden getransporteerd. In het Kongo-project zou het buitengewone vermogen van de Inga-watervallen naar turbines worden overgebracht. Dezelfde kabels zouden de op die manier opgevangen elektriciteit zelfs tot in Zuid-Afrika, Nigeria, Egypte en Zuid-Europa brengen.

Wat moet het gaan kosten?

Het Desertec-plan wordt geschat op €400 miljard, terwijl de Grand Inga Dam $80 miljard moet kosten – ervan uitgaand dat de projecten binnen het budget worden opgeleverd. De grootste financiers van het Saharaproject zijn een twaalftal, vooral Duitse, financiële en industriële bedrijven, waaronder zich ook de gangbare namen zoals Siemens bevinden. Er spelen een groot aantal risicofactoren een rol: van politieke en regionale instabiliteit in de Maghreb tot aanhoudende conflicten in de DRC. Daaraan moeten de zandstormen in de Sahara en de kosten voor het leveren van water voor het schoonmaken van zonnepanelen en het afkoelen van turbines in een woestijn nog worden toegevoegd.

Waarom willen ontwikkelde landen energie kopen in de derde wereld?

Het eenvoudigste antwoord is dat er nergens in overbevolkt Europa een alternatief bestaat voor het zonne-energievermogen van de Sahara of voor de kracht van de Inga-watervallen. Een ander aspect zijn de problemen die regeringen en particuliere investeerders ondervinden met het opstarten van duurzame energieprojecten in Europa. Sommige landen, zoals Portugal, hebben baanbrekend werk verricht door het aanleggen van uitgestrekte windparken, maar andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk stuiten op lokaal verzet tegen zulke grote projecten. De Sahara die dicht bij Europa ligt, zeer dun bevolkt is en een enorm aantal zonuren kent, biedt dan een prima alternatief.

Wat zijn de voordelen voor Europa?

In Europa is energie een strategische kwestie. De meeste regeringen zoeken naar manieren om hun afhankelijkheid van Russisch gas kleiner te maken, omdat het Moskou teveel macht zou geven. Veel overheden geven de voorkeur aan kernenergie maar zijn vaak niet eerlijk over tijdsbestek dat daarvoor nodig is: het duurt ten minste nog 20 jaar voordat de reactoren van de volgende generatie in gebruik genomen kunnen worden. Intussen blijft het doel op de lange termijn om voor 2050 de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen tot 80 procent onder het niveau van 1995.

Wat zijn de voordelen voor Afrika?

Volgens de Wereldbank zou het Grand Inga-project 500 miljoen huishoudens in Afrika van stroom kunnen voorzien. Het zou in één klap de elektriciteitscrisis van Zuid-Afrika oplossen, zodat de grootste economie van het continent niet langer dagenlang in duisternis gehuld blijft. Als het werkt, zou het ook kunnen voldoen aan de energievraag van de mijnbouwindustrie in Katanga, Namibië van stroom kunnen voorzien, en ook de gaten in de stroomopwekkingscapaciteit van Nigeria kunnen opvullen. Een snelle blik op satellietbeelden van de aarde 's nachts laten zien dat Afrika zich op energiegebied nog in de duistere Middeleeuwen bevindt. Minder dan 30 procent van de Afrikaanse huishoudens beschikt over elektriciteit. In veel Afrikaanse landen is dat zelfs maar één op de tien.

Waarom veroorzaken deze projecten zoveel beroering?

In een nieuw rapport van Usaid [Amerikaans Bureau voor Ontwikkelingshulp] van afgelopen week wordt de bevolking van Afrika op een miljard mensen geschat. Ondanks de verstedelijking woont de meerderheid buiten de steden of heeft geen toegang tot basisvoorzieningen. De export van Afrikaanse elektriciteit naar Europa's industrie en consumenten wordt door sommigen als buitensporig beschouwd. Een open energiemarkt zou Afrikaanse ondernemingen laten concurreren met veel rijkere Europese bedrijven voor elektriciteit die wordt opgewekt uit hun eigen natuurlijke bronnen. Gezien de karige opbrengst die de gewone Afrikaanse man tot nu toe kreeg toebedeeld uit andere natuurlijke rijkdommen zoals olie en mineralen, kunnen deze projecten gezien worden als een poging de markt in handen te krijgen. Verder is er nog de klimaatsverandering waar Afrika het minst aan bijdraagt, maar het meest onder lijdt. Critici van de megaprojecten denken dat de miljarden beter daaraan besteed kunnen worden in plaats van aan indirecte subsidies aan Westerse multinationals onder het mom van hulp aan Afrika.