Op het eerste gezicht lijkt het een volslagen idioot idee om, uitgerekend op het moment waarop de euro op zijn grondvesten schudt en de toekomst van de eurozone van onzekerheden aan elkaar hangt, lid te willen worden van de club van eurolanden. Dit geldt helemaal voor Tsjechië, waar de kroon relatief stabiel is en steeds sterker wordt. Toch is dit het ideale moment om de sprong te wagen, want het is voor beide partijen een win-winsituatie.

Op 21 juli, tijdens de top over de crisis in de eurozone, zijn de grondslagen van een grotere economische integratie tussen de zeventien landen van de eenheidsmunt vastgelegd. Degenen die allergisch zijn voor het woord integratie kunnen dit ook vervangen door ‘spelregels’.

Alles verandert, niet alleen het uiterlijk van het Europees Financieel Stabiliteitsfonds (EFSF), maar ook de Europese obligaties die de ECB in de toekomst zal uitgeven en zelfs de toezichthoudende instelling (een soort Europees ministerie van Financiën). Simpeler gezegd, de eurolanden zijn bezig veel belangrijkere ‘aandeelhouders’ van economische successen of fiasco’s te worden. Ze zullen dan ook geneigd zijn om via gemeenschappelijke instellingen een steeds grotere vinger in de pap te willen hebben.

Tsjechië zou zich weinig gelegen kunnen laten liggen aan al deze problemen, ware het niet dat het land zich ten aanzien van de eurozone in een toestand van "vitale afhankelijkheid” – dit zijn de woorden van de Tsjechische premier – zou bevinden. Het is dan ook zo klaar als een klontje dat het voor Tsjechië van belang is om aan de onderhandelingstafel plaats te nemen.

Hun beweegredenen hebben te maken met zelfbescherming

Volgens betrouwbare diplomatieke bronnen zouden Duitse politieke leiders al zijn begonnen Polen en Tsjechië aan te sporen om een plaats als beslissend lid aan de eurotafel te reserveren en om de euro in een nabije toekomst in te voeren. Zij doen dat niet voor de mooie ogen van de Poolse premier Donald Tusk, noch voor die van zijn Tsjechische collega Petr Nečas. En om nou te zeggen dat zij buitengewoon begaan zijn met de economische belangen van Polen en Tsjechië binnen de EU, is ook niet de juiste verklaring. Hun beweegredenen hebben te maken met zelfbescherming.

Ten eerste zal de aankondiging van het besluit voor de invoering van de euro in een onrustige periode het vertrouwen van de financiële markten in de eenheidsmunt versterken. In de tweede plaats zou de invoering van de euro door de twee belangrijkste economieën in midden-Europa, die bovendien een open karakter hebben en in tegenstelling tot andere gedisciplineerd zijn, een tegenwicht kunnen bieden aan Frankrijk dat druk uitoefent om de nieuwe regels van de eurozone in zijn eigen voordeel om te buigen. Ten derde zouden Duitse beleggers in Polen en Tsjechië een grotere speelruimte kunnen krijgen. Tot slot willen Polen en Tsjechië een meer geïntegreerde eurozone die dichterbij het voorzichtige en deugdzame Duitsland ligt dan bij het verspillende en wispelturige Frankrijk.

Meerdere jaren tussen ‘wij willen’ en ‘wij zijn’

Het voorstel om op dit moment het besluit aan te kondigen om de euro in te voeren zou niet zo’n schok moeten zijn. Denk maar aan de herhaaldelijke verzoeken van Tsjechische exporteurs die nu te maken hebben met koersverliezen en na de invoering van de euro hun mogelijkheden voor de planning op de lange termijn zouden kunnen uitbreiden.

Maar deze aankondiging betekent niet dat de Tsjechen morgen al deel uitmaken van de eurozone. Tussen ‘wij willen’ en ‘wij zijn’ ligt minimaal drie jaar, maar doorgaans wel vijf jaar of meer. In de tussentijd zou de Tsjechische regering kunnen onderhandelen over de voorwaarden voor de toetreding tot de eurozone, met name de kwestie van de koers en de eventuele deelname aan het reddingsplan voor landen met een hoge schuldenlast.

Maar bovenal zouden wij, op het moment waarop de nieuwe regels van de eurozone worden vastgelegd, als volwaardige partners beschouwd kunnen worden. Het gewicht van Tsjechië zou dan radicaal kunnen veranderen ten opzichte van vandaag, waarop wij formeel nog steeds volledig buiten de eurozone staan.