Bij het maken van vakantiefoto’s of familiekiekjes heeft ieder land zo z’n eigen geheim om te voorkomen dat tante een gekke bek trekt… Van de fotograaf wordt verwacht dat hij niet alleen maar op de knop drukt. Hij moet zijn modellen in de richting van het apparaat laten kijken en ze uit hun onzekere, of zelfs agressieve onverschilligheid halen. Hiervoor gebruikt hij toverwoorden die in alle Europese landen anders zijn: "Attention, le petit oiseau va sortir!" ("Pas op, het vogeltje komt naar buiten!"), beloven de Fransen bijvoorbeeld, net zoals de Duitsers ("Gleich kommt das Vögelchen!" – ‘Zo meteen komt het vogeltje!’) en de Italianen ("Guarda, che arriva l'uccellino!" – "Pas op, daar komt het vogeltje!"). De eerste fototoestellen deden denken aan nestkastjes voor spreeuwen en vindingrijke fotograven knutselden daar een klein metalen vogeltje op, dat dankzij een druksysteem met z’n vleugels klapperde om tijdens de belichting de aandacht van klein en groot te trekken. Ook in het Engels is de uitdrukking gemeengoed geworden: "Watch the birdie!", net als in het Spaans "¡Mira el pajarito!" en in het Pools "Zobacz, ptaszek leci!" ("Kijk eens naar het vogeltje!" in alle drie de talen).

Om de jukbeenspieren breder te maken, worden vaak, in koor, woorden met lange i- of a-klanken geroepen. Het Engelse "Cheese" was zo’n exportsucces dat zelfs de Russen het hebben overgenomen. In Polen is het "ser" ("kaas") of "seks" geworden waardoor als bij toverslag een brede glimlach op de gezichten verschijnt. Duitse kinderen gaan lachen als hun gevraagd wordt een scheldwoord te zeggen: "Ameisenscheiße!" ("mierenkeutel"). En in Frankrijk barsten ze in lachen uit bij het woord "Ouistiti!" ("penseelaapje!"). Gelukkig hebben we nog de Spanjaarden om ons echt aan het lachen te maken. Nog altijd in een gastronomisch register roepen ze "Patata!" ("Aardappel!") als de flits afgaat.

Anke Wagner-Wolff