Industriële landbouw: een oxymoron [stijlfiguur die een nauwe verbinding van twee tegenovergestelde begrippen bevat, red.] waarop wij ons eens zouden moeten bezinnen. Uit naam van de industriële landbouw heeft de mens gemeend voedsel te kunnen produceren zonder de tussenkomst van boeren, die hierdoor uiteindelijk van het platteland verdreven werden. Wij zijn tegenwoordig zelfs zover dat we niet vreemd meer opkijken als er grond wordt bebouwd zonder dat er voedingsmiddelen worden geproduceerd: een landbouw zonder voedsel. Een landbouw die uitsluitend gebaseerd is op winst en speculatie, en daardoor alles wat goed kan zijn, in iets slechts weet om te buigen: voedsel, vruchtbare grond (die steeds minder vruchtbaar wordt), maar ook schone en duurzame energie. Zoals zonne-energie, zoals biogas.

We hebben het er al eerder over gehad hoe zonne-energie zich kan ontpoppen als een machine die land en voedselbronnen opslokt. En nu is het de tijd van de biogascentrales, die biomassa verwerken, zoals mest, maairestanten en ander plantaardig materiaal. Deze installaties zouden ideaal zijn voor de boeren om zich te ontdoen van mest – een steeds terugkerend probleem – en ander biologisch afval, terwijl ze tegelijkertijd voor meer inkomsten zorgen doordat er energie wordt geproduceerd, die voor het eigen landbouwbedrijf kan worden gebruikt of kan worden verkocht. Maar als het big business wordt, als investeerders – die er maling aan hebben of landbouw voedsel voortbrengt en of dat zo goed mogelijk gebeurt – lucht krijgen van de handel en toestromen, dan kan biogas een vloek worden. Dat is wat zich nu in veel regio's van de Povlakte voordoet, vooral in gebieden met een sterke concentratie van intensieve veeteelt.

Investeerders steunen én buiten de boeren uit

Wat gebeurt er? Veel landbouwers, die ten einde raad zijn vanwege de crisis die de hele sector treft, richten zich op het opwekken van energie en staken de productie van voedingsmiddelen. In de praktijk verbouwen ze alleen nog maïs op een intensieve manier om de gistingstanks te vullen, waarin biogas wordt opgewekt. Investeerders steunen de boeren en buiten ze soms ook uit. Er zijn veehouderijen waar de boeren worden betaald door degenen die de installaties voor de maïsteelt hebben gebouwd: zij zijn werknemers van de energiesector geworden; het zijn geen boeren meer.

Het is allemaal begonnen in 2008, met de introductie van een nieuw, groen ´landbouw´-certificaat voor de productie van elektriciteit met behulp van biogasinstallaties op basis van biomassa. ´Kleine´ installaties met een elektrisch vermogen tot maximaal 1 megawatt. Maar 1 MW is veel: dat heeft de business gestimuleerd, want degenen die gingen produceren, kregen een tarief van 28 cent/kWh, oftewel drie keer zoveel als de prijs die zij moeten betalen voor ´normaal´ geproduceerde energie.

Zo heeft het subsidiesysteem, samen met de subsidies van de Europese Unie voor de productie van maïs, ervoor gezorgd dat het heel winstgevend werd om grote, dure installaties (tot wel vier miljoen euro) te laten bouwen, temeer omdat de kosten ervan in een paar jaar tijd kunnen worden afbetaald. Alleen al in de provincie Cremona [regio Lombardije, in het noorden van Italië, red.] waren er in 2007 vijf geautoriseerde installaties; momenteel zijn dat er 130. Men schat dat 25 procent van het bouwland op dit moment wordt gebruikt voor de teelt van maïs voor biogas. Naar verwachting zullen er in 2013 in heel Lombardije vijfhonderd installaties staan.

Installaties hebben enorme afmetingen

Deze ontwikkeling vormt een bedreiging voor het milieu en voor de landbouw zelf. Enkele constateringen. Ten eerste, en een waarheid als een koe: men stopt met het produceren van voedsel om energie te gaan produceren. Ten tweede: de intensieve monocultuur van maïs is schadelijk voor de grond, omdat er enorme hoeveelheden kunstmest en water voor nodig zijn. Dit water wordt onttrokken aan het grondwater, dat steeds schraler wordt en meer vervuild raakt. Als er geen wisselbouw wordt toegepast, gaat de vruchtbaarheid van de grond achteruit en kunnen parasieten zich gemakkelijker verspreiden — die vervolgens weer worden aangepakt door meer bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Ten derde: boeren die maïs verbouwen om energie te produceren, kunnen het zich permitteren om een veel hogere pachtprijs te betalen, tot wel 1.500 euro per hectare, waarmee ze boeren die de grond nodig hebben voor de veeteelt, oneerlijke concurrentie aandoen. Ditzelfde fenomeen deed zich ook al voor met de zonnepanelenparken; dezelfde fout wordt opnieuw weer gemaakt.

Ten vierde: de installaties zelf, die van 1 MW, hebben enorme afmetingen, en om ze te bouwen wordt landbouwgrond voorgoed opgeofferd. Ten vijfde: er gaan al geruchten over het ontstaan van een zwarte markt voor biologisch afval, zoals slachtafval, dat illegaal wordt verkocht om biogas te produceren. Dit zou nooit mogen worden gebruikt als biomassa, want wat er na de vergisting overblijft, wordt weer verspreid over het land om de grond te bemesten, en dit soort afval zou niet alleen tot vervuiling kunnen leiden, maar ook ziektes kunnen verspreiden.

Op veel te grote schaal

Het probleem is de schaal waarop dit alles gebeurt. Op zich is er niets mis met biogas dat uit biomassa wordt gewonnen. Maar als dat gebeurt met speculatieve doeleinden en op veel te grote schaal, als de maïsproductie enkel wordt geïntensiveerd om de biogasinstallatie te voeden, als de grondprijzen erdoor stijgen en de bodem uitgeput en vervuild raakt, dan moeten wij ´nee´ zeggen. Luid en duidelijk.

Deze problemen moeten beslist worden aangekaart tijdens de besprekingen over het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) die dezer dagen in Brussel van start zijn gegaan. Vroeg of laat komt er een einde aan de subsidies. De enorme biogasinstallaties betekenen dweilen met de kraan open voor onze zieke landbouw, en dit zou weleens de genadeslag kunnen zijn. Het zal namelijk heel moeilijk zijn om de ontwikkelingen nog terug te draaien: de vruchtbare grond is voorgoed verdwenen, het grondwater is verontreinigd, de milieuhygiëne gaat achteruit, en de boeren die hun best doen om op een goede manier landbouw te bedrijven, moeten stoppen vanwege een meedogenloze en ondraaglijke concurrentie. Industriële landbouw, wat een oxymoron!