Zoiets heet ‘ramptoerisme’. Het meest frappante voorbeeld is wel dat van het nazivernietigingskamp Auschwitz-Birkenau in Polen, dat ieder jaar bijna een miljoen bezoekers trekt – en niet alleen pelgrims. Anderen gaan liever naar de menselijke woestenij rondom de centrale van Tsjernobyl, in de Oekraïne, waar in 1986 reactor nummer 4 ontplofte. Nog weer anderen lopen op de heuvels van Culloden Moor, in Schotland, waar de Britse troepen, onder leiding van de hertog van Cumberland, bijgenaamd ‘de slager’, in 1746 de Jacobijnen een verpletterende nederlaag toebrachten.

Roemenië staat nu ook op de kaart van het ‘ramptoerisme’: "talrijke toeristen komen voor de legende van Dracula naar het Kasteel Bran", vertelt Traian Badulescu, woordvoerder van de Nationale Vereniging van Reisagentschappen. Hij voegt er nog aan toe dat "een andere vorm van ramptoerisme op zoek gaat naar sporen van de revolutie van 1989". Zo is in 1993 het Gedenkteken voor Slachtoffers van het Communisme en de Opstand van Sighet opgericht op de plek en in de gebouwen waar zich de Sighetgevangenis bevond. Deze gevangenis is in 1897 gebouwd tijdens het Oostenrijks-Hongaarse rijk. Na 1918 fungeerde hij als gevangenis voor criminelen op het gebied van het gemene recht. Vervolgens was hij in het begin van het communistische regime een detentiecentrum voor dissidenten.

Onverwarmde cellen zonder uitzicht naar buiten

"De strafinrichting werd beschouwd als “een speciale arbeidseenheid”, “Donau-kolonie” genaamd, maar was in feite een vernietigingsplaats voor de elites van het land’, zo is te lezen op de officiële pagina van het Gedenkteken van Sighet. "De gevangenen werden in ongezonde omstandigheden vastgehouden, kregen zeer weinig te eten en mochten overdag niet gaan liggen op de bedden in de onverwarmde cellen. Zij mochten niet door het raam kijken (degenen die als recalcitrant werden beschouwd, gingen voor straf naar de ‘zwarte’, een cel zonder licht). Uiteindelijk werden er luiken voor de ramen gezet zodat ze slechts een stukje lucht konden zien".

In 1955, toen Roemenië lid werd van de VN, werden sommige gevangenen vrijgelaten, anderen kregen huisarrest en de gevangenis werd er weer een voor het gemene recht. In 1977 veranderde de bestemming van de gevangenis. Hij werd omgedoopt tot bezemfabriek, vervolgens een zoutopslagplaats tot in 1993, toen de Stichting Burgeracademie het gebouw heeft overgenomen om er een museum van te maken.

'Kitschcommunisme'

De 51 voormalige cellen zijn nu een expositieruimte. "Het museum heeft de structuur van het gebouw zoals het in de jaren 50 was, behouden. De bezoeker komt binnen en ziet precies hoe de gevangenen leefden, op een metalen bed, met een laken en een hoofdkussen van stro", vertelt de deskundige van het museum Robert Fürtos. Op de muren van het hellende vlak dat naar beneden gaat naar "De ruimte voor meditatie en gebed" zijn de namen gegraveerd van de 8.000 personen die zijn overleden in de communistische gevangenissen in Roemenië.

De expositie is chronologisch opgebouwd, vanaf de jaren 40 tot de jaren 80. Iedere zaal is georganiseerd rondom een thema, zoals deportatie, anticommunistisch verzet in de bergen, enzovoort. Een zeer originele zaal is die van 'de gouden tijd’, die van het ’kitschcommunisme’, waar de bezoekers – bijna 50.000 per jaar, waarvan ongeveer 15% buitenlanders – kennismaken met de sfeer van de persoonsverheerlijking in de periode van Nicolae Ceausescu en de schilderijen kunnen bewonderen van de ‘geliefde leider’ die kinderen kust.