Wat we niet allemaal hebben gehoord: de oorlog zou in een impasse zijn beland, de opstandelingen zouden gedesorganiseerd, ongedisciplineerd en aan het eind van hun Latijn zijn; de Nationale Overgangsraad zou verdeeld en verscheurd zijn door rivaliserende facties en stammenvetes; de aanhangers van Khadaffi zouden, als het moment daar zou zijn, langdurig en verbeten stand houden in hun bastions in Tripoli. En president Sarkozy zou zich in een hachelijk avontuur hebben gestort, dat slecht doordacht zou zijn en waarvoor zijn eigen politieke vrienden hem wilden behoeden.

De waarheid is dat er wederom twee grote partijen, zo oud als de weg naar Roma, tegenover elkaar stonden. Aan de ene kant de eeuwige familie, niet zozeer vijanden van het volk of vrienden van despoten, maar eerder mensen die zich verlustigen in macht en gefascineerd zijn door tirannie – de eeuwige familie, ja, van degenen die zich niet kunnen voorstellen, slechts voorstellen, dat de orde van een dictatuur net als de menselijke orde tijdelijk en vluchtig is, en misschien nog wel in grotere mate.

En aan de andere kant de grote partij van degenen wier bizarre passie, die verlamming van de ziel door een van de Gorgonen of het kille monster, het gezonde verstand niet heeft aangetast en die in staat zijn om te bedenken, slechts te bedenken, dat dictaturen alleen maar standhouden door het krediet dat zij krijgen – dat wil zeggen door de angst die deze bij de onderdanen oproepen en het ontzag dat hiervan naar de rest van de wereld uitgaat – maar dat deze, wanneer dit krediet weg is zodra er eenmaal sprake is van een zweem van bedrieglijke charme of zinsbedrog, als kaartenhuizen in elkaar storten of papieren tijgers worden.

Recht doen aan de Libische strijders

Als de tijd daar is, zal ik in detail verslag doen van alles waar ik in en buiten Libië getuige van ben geweest gedurende het afgelopen half jaar dat wellicht het aanzien van het begin van deze eeuw heeft veranderd. Maar op dit moment wil ik graag eer betonen aan al diegenen die, daar en hier, de hoop niet hebben laten varen in deze uitdaging met betrekking tot de vrijheid van mensen, die zo natuurlijk is, maar voor velen absurd leek.

Ik wil recht doen aan al die Libische strijders, over wie men heeft durven schrijven dat ze zich als hazen uit de voeten maakten voor de legioenen van een theatrale duivel, maar met wie ik persoonlijk kennis heb kunnen maken aan de fronten van Brega, Ajdabiya, Goualich en Misrata en die eens te meer blijk hebben gegeven van de onoverwinnelijke kracht die ik altijd, mijn hele leven lang, heb gezien bij degenen die tegen hun zin in oorlog voeren.

Ik doel hiermee op de integriteit van de Nationale Overgangsraad die ik geboren en vervolgens volwassen heb zien worden en die is samengesteld uit mannen en vrouwen van divers pluimage, democraten in hart en nieren of overlopers van het Khadaffi-regime, die na een lange ballingschap in het buitenland zijn teruggekeerd of zich al die tijd van binnenuit verzet hebben. Dit orgaan had zelf ook nauwelijks ervaring met democratie noch met militaire zaken, maar heeft ondanks alles een schitterende bladzijde weten toe te voegen aan de wereldgeschiedenis van opstanden.

Ik wil eer betonen aan de Europese piloten, in het bijzonder de Franse, die een oorlog voerden die niet helemaal de hunne was, maar die van de Verenigde Naties de missie hadden gekregen om de tijd te nemen die noodzakelijk was om de burgerbevolking te hulp te komen; om zich zo nodig de woede op de hals te halen van de ongeduldigen die wel tweeënveertig jaar dictatuur konden uitzitten, maar die het na honderd dagen al veel te lang vonden duren zodra het ging om het redden van de levens van onschuldige mensen; en die soms in allerlei bochten moesten wringen om niet het risico te nemen om een burgerdoelwit te raken.

Erkennen dat Sarkozy initiatief genomen tot geboorte van een vrij Libië

Wat betreft Nicolas Sarkozy tot slot kunnen we het niet met hem eens zijn, maar we kunnen ons ook – zoals in mijn geval – verzetten tegen de rest van zijn beleid. Maar hoe kunnen we niet erkennen dat Frankrijk onder zijn presidentschap het initiatief heeft genomen tot de geboorte van een vrij Libië? Hoe kunnen we geen eer betonen aan de nog nooit vertoonde vastberadenheid waarvan hij in alle stadia van deze oorlog blijk heeft gegeven? En hoe kunnen wij niet vaststellen dat hij voor Libië heeft gedaan wat François Mitterrand tot het bittere eind weigerde te doen voor het verscheurde Bosnië?

De rebellen, die door Frankrijk en de andere bondgenoten werden gesteund, hebben een nieuwe bladzijde geschreven in de geschiedenis van hun land.

Ze hebben een tijdperk voor hun land ingeluid waarvan het moeilijk denkbaar is dat dit geen gevolgen zal hebben voor de gehele regio en met name Syrië.

Geboorte van de idee van universele rechten

En deze oorlog heeft niets weg van de oorlog in Irak, aangezien deze militaire interventie niet ten doel had om de democratie op te dringen aan een zwijgende bevolking, maar om opstandelingen te ondersteunen die dit al als eis hadden en daarvoor al een voorlopig, maar wettig vertegenwoordigingsorgaan in het leven hadden geroepen, wat ook de geschiedenisboeken in zal gaan.

Wat sterft is een oud concept van soevereiniteit waarin alle misdrijven zijn toegestaan, mits deze binnen de staatsgrenzen worden begaan.

Wat geboren wordt is de idee van universele rechten, die niet meer alleen een vrome wens is, maar een vurige verplichting voor degenen die werkelijk geloven in de eenheid van het menselijke ras en de deugd van het recht van inmenging dat hiervan het logische gevolg is.

Uiteraard zullen er vragen en twijfels rijzen en misschien zal er sprake zijn van misstappen, afrekeningen en aanvankelijke tegenslagen. Maar wie op dit moment voorbij gaat aan de pure vreugde die uit moet gaan van deze gebeurtenis die op alle punten verrassend is te noemen, is een kniesoor.