Christine O. en Kai K. zijn politie-agenten met een speciale opdracht. Zij maken deel uit van de afdeling kinderbescherming en zien zichzelf niet alleen als speurders, maar ook als maatschappelijk werkers. Zij moeten jongeren er door bezoeken en gesprekken van weerhouden een zware misdaad te begaan. Zij vormen zo'n beetje de laatste hoop van de Hamburgse politie om grip te krijgen op een griezelig fenomeen: de reeks verwoestende brandaanslagen op geparkeerde auto's.

Sinds 2004 zijn in Hamburg meer dan veertienhonderd voertuigen in vlammen opgegaan. Alleen dit jaar telden de opsporingsautoriteiten tot midden augustus al 330 uitgebrande auto's. Hoezeer deze terreur een hele stad angst kan aanjagen, is sinds een paar dagen ook weer in Berlijn te zien. Daar brandden ruim zestig auto's uit. Ook traditioneel rustige stadsdelen als Charlottenburg en Zehlendorf werden getroffen. Prompt hebben de geniepige aanslagen aan politiek gewicht gewonnen. Zelfs bondskanselier Angela Merkel heeft zich in het debat gemengd door haar zorg uit te spreken dat mensenlevens “koelbloedig op het spel worden gezet”.

Ook motorfietsen en Vespa's niet meer veilig

Lange tijd hebben de aanslagen in de hoofdstad zich op dure auto's geconcentreerd: zij golden als instrument in de ideologische strijd om populaire woonbuurten en de aanslagen zouden uit linksradicale hoek zijn gekomen. Inmiddels lijken de Berlijnse delicten echter nauwelijks nog te verschillen van die in Hamburg, waar eenvoudigweg iedere burger kan worden getroffen: de eigenaren van dure sportwagens in het centrum net zo goed als de bezitters van kleine auto's en brave gezinswagens in rijtjeshuizen aan de rand van de stad. Zelfs motorfietsen en Vespa's zijn niet meer veilig voor het vandalisme.

“Op een gegeven moment gaan er doden vallen”, vreest Andreas Lohmeyer (49), leider van de afdeling misdaadbestrijding in Hamburg. De commissaris staat onder enorme druk. De onoplosbare opgave, het vierduizend kilometer lange wegennet met ongeveer 720.000 auto's tegen het vandalisme te beschermen, grijpt hem iedere dag weer naar de keel. Lohmeyer is medeverantwoordelijk voor een van de grootste politie-operaties in de Hamburgse geschiedenis. Bij de strijd tegen de brandstichters zijn al meer agenten ingezet dan destijds bij de speurtocht naar RAF-terroristen en bij de rellen om de kraakpanden aan de Hafenstraße samen. Ook de kosten zijn navenant hoog. Maar successen blijven vooralsnog uit.

De doorbraak moet komen van een nieuwe strategie. Het devies van de politie is: Als we de brandstichters niet op heterdaad kunnen betrappen, gaan we in ieder geval diegenen op de huid zitten, die we verdacht vinden. “We willen een signaal afgeven”, verklaart Reinhard Chedor, chef van het strafrechtsdistrict Hamburg. “Onze boodschap luidt: We hebben jullie in het vizier, vrienden, houd daar rekening mee. We houden jullie goed in de gaten.”

Honderden adressen aflopen

Zo lopen nu agenten van de 'Brand-groep' – naast Christine O. en Kai K. nog twintig kinderbeschermers van de politie – in twee teams honderden adressen af in de miljoenenstad Hamburg. Zij manen, waarschuwen en rapporteren. In het vizier hebben zij niet alleen de ongeveer zesduizend personen, wier gegevens tijdens de nachtelijke razzia's in het voorjaar werden vastgelegd, er wordt ook aangebeld bij verdachten, die al eerder wegens typische jeugdzonden waren opgevallen: graffitispuiters, hasjgebruikers, vechtersbazen en leden van gewelddadige straatbendes.

Meisjes of jonge vrouwen zijn er vrijwel niet bij. Grote aantrekkingskracht op de jongeren oefenen zo'n tien bendes van rappers uit, die in individuele stadsdelen actief zijn en uitgedost zijn met namen als RGK (Reisegruppe Kiez), NSK (North Street Klan) of 187 (het nummer van het Californische wetsartikel over moord).

Opvallend is daarbij dat aanhangers van linksextremistische groeperingen, in tegenstelling tot Berlijn, nauwelijks nog meetellen. In kringen van autonomen, waar het in brand steken van dure luxewagens aanvankelijk als onderdeel van de klassenstrijd werd gevierd, zijn de acties inmiddels omstreden. Slechts 31 van de 297 autobranden in Hamburg vorig jaar konden volgens de politie op het conto van linksradicalen worden geschreven. De motieven blijven intussen onduidelijk. Gaat het om pure vernietigingsdrang? Om sociale jaloezie? Om het afgeven van een bewijs van moed, om binnen de bende een goede indruk te maken? Om een demonstratie van macht, die men in het echte leven niet heeft?

Martin W. behoort tot de weinigen die in Hamburg voor de rechter zijn verschenen. Wegens zijn drugsverslaving is hij al maandenlang met ziekteverlof. In aanwezigheid van zijn vader en moeder, met op zijn gezicht nog de schrammen van een vechtpartij, vertelt hij openhartig zijn geschiedenis; hoe hij en zijn vrienden Christopher en André op een zaterdag in september 2010 na zes, zeven biertjes, wat wodka en een paar joints naar een buurtfeest gingen. Daar zouden, zo dachten zij, net als elk jaar vast en zeker spannende dingen gebeuren. Toen de eerste stenen en flessen op de politie afvlogen, deden de drie vrienden spontaan mee, vooral Martin W., die weliswaar geen enkele politieke overtuiging heeft, maar een hekel zegt te hebben aan ME'ers. Zijn vriend Christopher werd gearresteerd, de anderen trokken verder. Tijdens het gezamenlijke opwerpen van barricades tegen waterwerpers sloten Martin W. en André vriendschap met Tom en Kai, twee broers met ideeën. Hoe zou het zijn om een paar auto's in de brand te steken? Cool. In een zijstraat ging een Mercedes-Benz in vlammen op, met een nieuwwaarde van 50.000 euro. Een BMW kon nog net worden geblust. “Waarom doen jullie dat?”, schreeuwde een bewoner van het balkon. “Omdat we het leuk vinden!”, brulde de kale Tom terug.