De wanorde die de vraag om garanties voor de leningen aan Griekenland heeft veroorzaakt, vormt een grote uitzondering op de traditionele Finse houding binnen de Unie [Helsinki heeft aan Griekenland een onderpand gevraagd in ruil voor een financieel hulppakket, red.]. Het vertrouwen dat Finland had, de compromissen die het land wist te bereiken en het beeld van bouwer en fervent voorstander van de Unie dat zo zorgvuldig werd opgebouwd, dreigen nu allemaal beschadigd te raken.

De vrees voor politieke of economische wraak door de andere EU-landen is misschien ongegrond, maar op het internationale toneel is het belangrijk te weten hoe de acties van de een door de anderen geïnterpreteerd worden. Finland heeft zijn sterke positie verloren: het gewicht dat het land in de schaal legde, is afgenomen en het gemak waarmee het de eigen ambities wist te verwezenlijken is veel minder geworden. Het is niet alleen een klap voor het imago, maar ook voor de onderhandelingspositie.

Wanneer de premier, Jyrki Katainen (van de conservatieve Nationale Coalitiepartij) naar de Europese topontmoetingen gaat om de doelstellingen van Finland toe te lichten, zal hij nog lang beschouwd worden als een van de vertegenwoordigers van een land dat wel de lusten, maar niet de lasten van een Unie wil dragen. De minister van Financiën, Jutta Urpilainen (sociaaldemocraat) zal gezien worden als degene die de belangen van haar land voor die van de hele eurozone stelde.

Harde, egoïstische lijn

Natuurlijk valt een harde, egoïstische lijn, waarbij de standpunten van de anderen worden genegeerd, voor een land soms te verdedigen als het om een zaak van groot nationaal belang gaat. Maar deze keer werd er alleen voor deze lijn gekozen om interne politieke kortetermijnredenen. Het ging erom iets te vinden waarmee het volk tijdens de verkiezingscampagne en de regeringsvorming [afgelopen voorjaar, red.] tevreden kon worden gesteld om te voorkomen dat de Ware Finnen [de anti-Europese populistische partij, red.] als winnaar uit de bus zouden komen.

Je kunt je dus voorstellen in welke gemoedstoestand de Finse ministers verkeerden toen zij met Griekenland onderhandelden: aan de ene kant regeerden rede en rechtvaardigheid, aan de andere kant de politiek. In deze situatie zou het verkrijgen van een onderpand voor de lening wel eens de best mogelijke uitkomst kunnen zijn. Maar dat is in strijd met de eenheidsgedachte achter de Europese Unie. Het antwoord van Europa was dan ook zoals verwacht: dat werkt niet.

De Nationale Coalitiepartij is minder enthousiast over het onderwerp, maar kan zijn standpunt niet gemakkelijk aanpassen omdat dat de relatie met de Sociaaldemocraten (SDP) en de positie van de premier zou aantasten. Katainen zag zich daarom gedwongen garanties te eisen, ook tijdens de top.

Nu de Duitse bondskanselier Angela Merkel het akkoord tussen Helsinki en Athene verworpen heeft, heeft de regering de tijd om naar een alternatief te zoeken. Het is voor Finland echter onmogelijk zijn financiële steun aan Griekenland in te trekken. Dat zou een precedent scheppen voor de andere landen die vanwege binnenlandse politieke redenen niet langer willen meehelpen. Het is moeilijk een stap terug te doen als dat zowel op nationaal als internationaal niveau tot een politieke nederlaag leidt.