De vrijheid van verkeer is een van de belangrijkste criteria waarmee het beginsel van gelijkheid van de burgers, waarop Europa en het Westen zijn gegrondvest, kan worden getest. De burgers van Bosnië-Herzegovina krijgen aan de grenzen van Europa vrijwel dagelijks de meest anti-Europese en cynische boodschap die je maar kunt bedenken: “Jullie zijn niet gelijk aan de anderen!” Vanuit het oogpunt van de Europese administratie is deze ongelijkheid te wijten aan het Bosnische paspoort: zonder visum geen toegang tot de EU.

De logica van de Europese diplomatie is even simpel als meedogenloos: als een land zijn burgers wil vrijstellen van de visumplicht, moet het aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals het instellen van één enkel systeem voor grenscontroles, het waarborgen van de veiligheid van persoonsgegevens en van de echtheid van identiteitsbewijzen, en het invoeren van biometrische paspoorten. Servië, Macedonië en Montenegro zijn nagenoeg zo ver dat zij aan al deze voorwaarden voldoen, terwijl dit voor Bosnië-Herzegovina, Kosovo en Albanië nog altijd niet het geval is.

De meest ingrijpende vorm van etnische ongelijkheid

Er is sprake van een grote tegenstrijdigheid in de betrekkingen tussen Bosnië-Herzegovina en de Europese Unie. Als het om de visumplicht gaat, behandelt de Europese bureaucratie ons land, Bosnië-Herzegovina, op dezelfde wijze als de andere 'normale' staten (hetgeen overigens nog altijd onze stoutste droom is: een 'normale staat' zijn). Maar in politiek opzicht geeft deze bureaucratie, al of niet bewust, blijk van een wreed gebrek aan onderscheidingsvermogen. Onder het mom van de principiële gelijkheid die zij uitdraagt, bevordert de Europese Unie de meest ingrijpende vorm van etnische ongelijkheid en wakkert zij bij een deel van de bevolking anti-Europese gevoelens aan.

Vanuit het oogpunt van de pijnlijke etnische situatie in Bosnië-Herzegovina komt het probleem op een duidelijke, banale wijze tot uitdrukking: terwijl de Bosnische Kroaten recht hebben op een paspoort van de Kroatische Staat – en zodoende al langere tijd geen visum voor de EU meer nodig hebben -, is dit systeem niet weggelegd voor de Serviërs en de Bosnische moslims, die veroordeeld zijn tot een eindeloze, vernederende en peperdure gang langs de Europese ambassades. Als op 1 januari 2010 het visumsysteem met Servië wordt afgeschaft, mogen ook de Serviërs dezelfde behandeling verwachten die nu al voor de Kroaten geldt.

Gepriviligeerde politici staan niet te trappelen

Dan zal dit discriminerende systeem dus alleen nog voor de Bosnische moslims gelden. Zo langzamerhand komen wij tot een orwelliaans absurdisme in zijn meest extreme vorm: de instelling die Europees wil zijn, geeft aan een groot aantal Bosniërs een gevaarlijke boodschap af, namelijk dat zij vanwege hun etnische afkomst niet gelijk zijn aan de anderen.

Toch mag deze wrede ongevoeligheid van Europa niet worden gebruikt als dekmantel of excuus voor de onverschilligheid van de Bosnische instellingen. Want er bestaat een groep mensen – die etnisch gezien weliswaar uiteenlopende achtergronden hebben, maar die één front vormen zodra het op de verdediging van hun privileges en belangen aankomt – waarvan de leden geen visumproblemen hebben, en dat zijn de politici, die ongeacht hun etnische afkomst vrij kunnen reizen op hun diplomatieke paspoort. Dit verklaart voor een groot deel waarom de instellingen van Bosnië-Herzegovina niet staan te trappelen om het visumsysteem voor de gewone burgers te liberaliseren.