Achter de kleine natuurstenen boerderij waar Nicolas Galpin woont met zijn gezin, strekken zich bijna 222 hectare tarwe, gerst, erwten en suikerbieten uit. Kijkend naar de gewassen aan de rand van Auvernaux, een dorp met 317 inwoners, is het moeilijk te geloven dat de boerderij net ten zuiden van Parijs ligt en 15 minuten rijden van het laatste metrostation. Maar dit is Frankrijk, de landbouwgrootmacht van Europa, waar de boerderijen bij de poorten van de hoofdstad beginnen. Deze variëren van kleine boerderijtjes in de stijl van Jean de Florette tot enorme, zeer efficiënte, gemechaniseerde bedrijven.

Een dergelijke landbouwmacht kost echter veel geld, in de vorm van EU-subsidies via het gemeenschappelijke landbouwbeleid, het CAP. Met 55 miljard euro is het CAP goed voor 42 procent van het EU-budget, en het grootste landbouwhulpprogramma ter wereld. Dit is een prijs die veel landen met minder landbouw veel te hoog vinden, en die volgens ontwikkelingslanden en hulpinstellingen de wereldhandel te gronde richten. De EU wordt verondersteld te beginnen met een vermindering van de CAP-subsidies. Maar de Franse president Nicolas Sarkozy heeft gestreden om het budget te laten wat het is – en nu staan EU-beambten ook op het punt om af te zien van de beloofde bredere herziening van de EU-uitgaven.

"Het is een goed leven"

Kijkend naar zijn boerderij pakt Galpin iets op wat lijkt op een enorme pastinaak maar in feite een suikerbiet is. "Het is een goed jaar: het suikergehalte is hoog. Met wat geluk halen we 800 ton suiker van onze 60 hectare bieten". Net als alle Franse boeren krijgt hij direct EU-subsidie, ongeveer € 70.000 per jaar. Vorig jaar kregen een half miljoen Franse boeren in totaal 10,39 miljard euro aan EU-subsidies – omdat ze met veel zijn betekent dat dat ze ongeveer een vijfde van de totale EU-pot krijgen.

Gemiddeld krijgt elke boer iets meer dan € 20.000, hoewel een op de tien meer dan € 50.000 krijgt. "Het is een goed leven", zegt Galpin, "maar begrijp me niet verkeerd. De mensen denken dat we veel geld verdienen omdat ze alleen naar de omzet kijken en niet naar wat we aan het einde van de dag hebben verdiend".

De omzet van zijn boerderij was vorig jaar € 350.000, maar Galpin moet het loon en de sociale lasten van zijn enige werknemer betalen, en ook verzekeringen, bestrijdingsmiddelen, machines en huur voor het gebruik van het land – hij bezit zelf maar een fractie. Als je dat er allemaal aftrekt, houdt hij zo’n € 60.000 per jaar over, waarvan de helft naar zijn ouders gaat die nog meewerken. De winst is bijna het bedrag wat hij van de EU krijgt. "Eerlijk gezegd zouden we liever geen subsidie krijgen en leven van onze eigen producten. Maar gezien de huidige tarweprijzen zouden we niet overleven", zegt hij.

De grootste begunstigden zijn niet de zwoegende boeren

Zo’n 300 kilometer naar het zuidoosten, in Vigorny in de Haute Marne, bestiert Thierry Lahaye met zijn twee broers een graanboerderij van ongeveer 1000 hectare. Zijn boerderij kreeg vorig jaar € 220.000 aan subsidie maar hij zegt dat hij daar zelf maar € 2000 per maand van kreeg. "We willen leven van de vruchten van ons werk zonder hulp, maar nu de sluisdeuren van de vrije handel zijn geopend zonder zich te bekommeren over hoe wij in leven blijven, zijn onze subsidies van levensbelang", zegt hij.

Het is makkelijk mee te leven met Galpin en Thierry, maar veel minder met de grootste begunstigden in Frankrijk – niet de zwoegende boeren maar personen of bedrijven die weinig van doen hebben met de traditionele landbouw. Daaronder zijn multinationals zoals voedingsmiddelenconcerns, suikerproducenten en distillateurs. Hun identiteit werd voor het eerst dit jaar bekendgemaakt toen alle 27 EU-landen gedwongen werden te zeggen hoe ze hun landbouwsubsidies verdelen.

Luxe-gigant LVMH krijgt heel veel geld

In Frankrijk staat er geen enkele gewone boer in de top 24 van begunstigden. Boven aan de lijst staat het kipverwerkend concern Doux, met 62,8 miljoen euro. Het bedrijf, de grootste pluimveefirma in Europa, had vorig jaar een omzet van 1,7 miljard euro – maar fokt zelf geen enkele kip. Dat werk is uitbesteed aan duizenden kippenfokkers die onder contract staan. Maar net als andere dergelijke bedrijven in de EU kwam het onder het CAP in aanmerking voor vergoedingen voor landbouwexport – die bedoeld zijn om de verkoop van EU-landbouwproducten aan het buitenland een duw in de goede richting te geven, waar de prijzen lager zijn dan in Europa. Een andere begunstigde die heel veel geld krijgt is de cognacgroep van LVMH, de luxeartikelen-gigant van Bernard Arnault – de op zeven na rijkste man ter wereld volgens Forbes, met talloze merken als Louis Vuitton, Moët & Chandon en Krug champagne.

Jack Thurston, op wiens website farmsubsidy.org de lijst van begunstigden voor het eerst werd gepubliceerd, zegt dat het doel voorbij gestreefd is. "In het EU-verdrag en latere wetten inzake het CAP wordt het omschreven als een inkomensondersteunend beleid. De vraag is: waarom werkt het zo dat je meer inkomensondersteuning krijgt naarmate je meer verdient?" Een mogelijke herziening zou het inkomen van potentiële begunstigden testen, maar onder meer Frankrijk en Italië zijn sterk tegen dit idee gekant.

Politici zijn bang voor boerenopstanden

De EU is gestopt met geld geven aan degenen die het meeste voedsel produceren – hetgeen in de jaren 80 leidde tot grote voedselbergen – en aan degenen met het meeste land. Nu geven ze zelfs subsidie als er geen voedsel wordt geproduceerd, op voorwaarde dat de eigenaars "het land landbouwkundig en ecologisch in goede staat houden". Frankrijk gaat een kleiner deel van de totale CAP-pot ontvangen, omdat nieuwe EU-lidstaten in Oost-Europa meer vragen. Maar het systeem is heel erg moeilijk goed te herzien vanwege de gevestigde belangen.

Franse boeren hebben nooit geschroomd voor actievoeren om hun zin te krijgen, en politici zijn bang voor moderne boerenopstanden – met boze boeren die bergen mest buiten regeringsgebouwen dumpen, of met tractoren steden blokkeren. De meeste politici schrikken terug voor pogingen om de manier waarop het CAP-geld wordt verdeeld te veranderen. "Dat betekent geld weghalen bij mensen die eraan gewend zijn geraakt het te krijgen die en een zeer machtige lobby hebben opgebouwd die doeltreffend verdedigt wat ze in het verleden hebben gekregen", zegt de heer Thurston. Als hij wegrijdt op zijn tractor in Auvernaux oppert Galpin een laatste gedachte. "Je kunt protesteren maar deze subsidies geven Frankrijk wel de mooie landschappen. Daar hoor ik je niet over klagen".