De plannen voor een nieuwe voorzitter voor de Europese Raad, een grondige herziening van het Europese buitenlandbeleid, en een uitbreiding van het stemmen bij meerderheid naar alle 27 staten, waarbij nationale veto's tegen gevoelige onderwerpen als asielzoekers en immigratie, energie en sport worden afgeschaft, zullen voor de Ierse stemmers van doorslaggevend belang zijn bij het tweede referendum.

In juni 2008 stemden de Ieren tegen het Verdrag van Lissabon met een duidelijke 53,4 procent tegen, slechts 46,6 procent stemde voor. Hieraan lagen allerlei oorzaken ten grondslag, inclusief het ongrijpbare karakter van het Verdrag zelf, de angst voor het verlies van de Ierse neutraliteit en het nationale verbod op abortus, en de vraag of Europese beslissingen over defensie en belastingheffing in de toekomst nog steeds met een nationaal veto konden worden tegengehouden. Omdat de economie aan de vooravond van de recessie al begon te wankelen, speelden ook de angst voor vreemdelingen en ongebreidelde interne EU-migratie een belangrijke rol.

Stemming is wispelturig en teneergeslagen

De Ierse regering heeft sindsdien voor een aantal van deze onderwerpen garanties en wettelijk bindende protocollen weten te verkrijgen. Maar deze keer is de stemming onder de kiezers wispelturiger en terneergeslagen. Het land werd net zo zwaar getroffen door de crisis als de andere EU-lidstaten: van de 'Keltische Tijger' rest slechts een vage herinnering. Opiniepeilingen geven aan dat een stevige meerderheid zal kiezen voor veiligheid en voor stemt.

Van de andere kant wordt het steunen van het Verdrag als zwak beschouwd en de boosheid van de heersende Fianna Fáil partij zit diep. Verzet tegen het volledige politieke establishment, dat bijna volledig campagne voert vóór het Verdrag, mag niet worden uitgesloten.

Zelfs nu de meeste van de leidende politici aan de "Ja"-kant nog steeds op zomervakantie zijn, zijn de actievoerders voor "Nee" al flink aan de slag. Deze groep bestaat uit een bonte verzameling politici van extreem rechts tot extreem links, van radicale republikeinen tot conservatieve katholieken, inclusief Sinn Féin, de politieke tak van de IRA, de Socialistische Partij, "Irish Friends of Palestine against Lisbon", de anti-abortusgroep Cóir, en "Farmers for No".

Charley McCreevy niet welkom in de campagne

Er ontbreekt ook een naam: die van Libertas, een partij die werd opgericht, bemand en grotendeels gefinancierd door zakenman Declan Ganley. Het was Ganley die de kar trok tijdens de laatste "Nee"-campagne, waarbij hij betaalde voor een stortvloed aan publiciteit, en die toen geen zetel won in het Europese parlement tijdens de verkiezingen van juni. Zijn vrijgevigheid zal zeker worden gemist.

Maar zelfs al lijken de "Nee"-actievoerders vreemde kameraden, ook zij hebben recht op een "evenredig deel" van de zendtijd op de staatstelevisie en in de overige media. Tegenover dit kleurrijke gezelschap ziet de "Ja"-kant er braaf en verdedigend uit. Ze hebben de grootste moeite de kiezers te overtuigen dat het Verdrag van Lissabon zowel positief als noodzakelijk is. Daarbij worden ze ook niet geholpen door diegenen die vooraan in de strijd zouden moeten staan zoals Charlie McCreevy, het Ierse lid van de Europese Commissie in Brussel. In het eerste referendum bekende hij het Verdrag niet te hebben gelezen. Dat was misschien wel eerlijk, maar droeg zeker niet bij aan de zaak. Deze keer stelde hij dat wanneer een vergelijkbaar referendum in de andere 26 lidstaten gehouden zou worden, 95 procent "Nee" zou stemmen.

Maar de echte reden waarom McCreevy niet welkom is in de campagne is dat hij, als voormalig minister van Financiën, wellicht meer heeft bijgedragen aan het uiteenspatten van de kredietzeepbel dan wie dan ook. Hij was kampioen deregulatie, en zeer populair bij vastgoedontwikkelaars.

Regering richt een 'bad bank' op

De waarheid is dat het Verdrag van Lissabon de Ierse stemmer deze zomer niet erg heeft beziggehouden. Ze hadden het veel te druk met iets dat Nama heet: de National Asset Management Agency. De regering richt deze 'bad bank' op om de probleemkredieten van de rest van de banksector te kunnen overnemen. Dit zijn bijna allemaal kredieten aan vastgoedontwikkelaars die speculeerden op stijgende grondprijzen.

Iedereen denkt dat Nama slechts weer een van de manieren is voor de regering om de mensen die verantwoordelijk zijn voor al die miljoenen in de vastgoedzeepbel, en die de partijkas van Fianna Faíl de afgelopen jaren flink spekten, uit te kopen. Dat hoeft niet waar te zijn, aangezien een aantal grote vastgoedontwikkelaars zeker failliet zal gaan.

Maar als dit standpunt voor waar wordt aangenomen, en onder andere Sinn Féin doet daar alles aan, zou het een flinke deuk kunnen slaan in een gunstig verkiezingsresultaat voor Lissabon. Pas als het laatste stembiljet is geteld, zullen we met zekerheid kunnen zeggen naar welke kant de weegschaal doorsloeg.