Saligny is een gewoon dorp, diep in het zuidoosten van Roemenië niet ver van de Zwarte Zee met stoffige wegen. Zonder noemenswaardig waterleidingnetwerk of openbare verlichting. Op nog geen tien kilometer van de centrale van Cernavodă zal binnenkort in de kalkstenen ondergrond radioactief afval worden opgeslagen.

Op 2 augustus gaf de gemeente groen licht aan het plan van het [Roemeense, red.] Atoomagentschap voor Radioactief Afval, maar de plattelandsbewoners maken zich hier zeer ongerust over vanwege de herinnering aan het ongeval met de Japanse kerncentrale in Fukushima. “Er bevindt zich een ware bom naast ons dorp”, maakt Florin Gheorge, een inwoner van Saligny, zich boos. “Als er iets gebeurt in de twee kernreactoren van Cernavodă, dan zal dat erger zijn dan in Japan.”

De burgemeester, Gabriel Tatulescu, deelt de ongerustheid van de dorpsbewoners niet. “Wij zullen hier goed garen bij spinnen: wegen, stromend water, riolering, en verlichting”, benadrukt hij. “Wij zullen niet alles klakkeloos accepteren, maar het onderste uit de kan halen om er zoveel mogelijk voorzieningen voor de gemeente uit te kunnen slepen. In ieder geval wil ik in het dorp een referendum organiseren.”

Trots op naam en geschiedenis

Ondanks de armoede die er heerst, is het dorp trots op zijn naam en geschiedenis. Anghel Saligny, een pionier op het gebied van de aanleg van wegen en bruggen aan het einde van de 19e eeuw, heeft in Cernavodă een brug over de Donau laten bouwen die nog steeds de majestueuze sfeer van weleer uitademt. Zijn vader, Alfred Saligny, was een Fransman afkomstig uit de Elzas die zich in Roemenië vestigde als pedagoog. Zijn zoon zou, voordat hij in 1910 werd benoemd tot minister van Openbare Werken, een omwenteling op het gebied van bruggenbouw teweeg brengen. In die tijd kende Roemenië een aanzienlijke economische groei die pas na de Tweede Wereldoorlog tot stilstand kwam met de komst van het communistische regime.

In de jaren tachtig liet dictator Nicolae Ceauşescu zijn oog op Cernavodă vallen voor de bouw van een kerncentrale. In tegenstelling tot de andere landen van het communistische blok die graag kernenergie wilden produceren, weigerde hij iedere samenwerking met Moskou en wendde zich tot de Canadezen met hun CANDU-technologie die gebaseerd is op niet verrijkt uranium waarbij een zwaarwaterreactor wordt gebruikt.

Op de langere termijn zou Roemenië met behulp van deze technologie in staat zijn een kernbom te maken. Maar de val van het communistische regime in 1989 en de executie van Nicolae Ceauşescu maakten een einde aan dit perspectief.

Het bouwproject van de vijf reactoren van de centrale in Cernavodă werd stilgelegd in een tijd dat Roemenië een lange economische en politieke overgangsperiode doormaakte die nog werd verergerd door schaarste. Pas in 1996 werd de eerste van de vijf reactoren in werking gesteld. De tweede volgde in 2007. De reactoren hebben een vermogen van 750 megawatt elk en voorzien in twintig procent van de energiebehoeften van het land.

"Veilig en degelijk project"

Het meest radioactieve afval wordt binnen de centrale opgeslagen, maar de overige besmette afvalstoffen hebben zich opgehoopt en de opslag hiervan is een probleem geworden. Het Nucleair Agentschap voor Radioactief Afval is 37 dorpen rond Cernavodă afgestruind om de meest geschikte plaats te vinden voor de opslag van het afval van de centrale. De experts kwamen tot de conclusie dat het dorp Saligny aan alle vereiste voorwaarden voldeed. Er werd een terrein van een veertigtal hectaren uitgekozen voor de bouw van 64 betonnen cellen verdeeld over drie verdiepingen. De opslagplaats zou in 2019 haar deuren moeten openen. Gezien de capaciteit ervan zal hier tot 2110 radioactief afval opgeslagen kunnen worden.

Bij de eerste fase van het project is 180 miljoen euro gemoeid. De staat verwacht dat de totale kosten van de bouw van het ondergrondse depot uit zullen komen op 340 miljoen euro. “Wij hebben de toestemming van de bevolking nodig en we zullen debatten organiseren”, verzekert Ion Năstăsescu, directeur van het Atoomagentschap. “De mensen moeten begrijpen dat het gaat om een degelijk en veilig project. Wij zullen geen gevaarlijke plaats achterlaten voor de toekomstige generaties.”

Maar het project valt niet overal in het dorp in goede aarde. “Ik ben tegen”, vertelt Mircea Ion, een inwoner. “We hebben nu al genoeg problemen met de centrale. Onze bomen dragen geen vruchten meer, onze tuinen zijn vernield en onze kinderen zijn besmet. Laat ze naar de pomp lopen met hun radioactieve opslagplaats!”

Plannen voor twee nieuwe reactoren

Ondanks de ramp in Fukushima willen de Roemeense autoriteiten niet tornen aan het uitgebreide nucleaire programma dat voor de komende decennia is voorzien. De Roemeense regering is voornemens twee nieuwe reactoren te bouwen in Cernavodă dankzij een publiek-privaat partnerschap van 4 miljard euro.

Maar in januari hebben drie van de vijf bedrijven die aan dit project deelnamen – het Franse GDF-Suez, het Duitse RWE en het Spaanse Iberdrola – zich teruggetrokken. In de tussentijd heeft Boekarest de poorten open gegooid voor investeerders van buiten de Europese Unie. De Chinese maatschappij Guangdong en het Koreaanse consortium Korean International Nuclear hebben al hun interesse getoond.

In de toekomst wil Roemenië een tweede centrale bouwen in het midden van het land. Het kernafval van die centrale zou dan ook in Saligny opgeslagen worden. Het verzet van de inwoners lijkt niet voldoende om de regering op andere gedachten te brengen.