Het voelt alsof je in een film terecht bent gekomen. Je bent 10 minuten ingedut en wordt 200 jaar later wakker. We waren net aangekomen op het station van Brussel-Zuid, dat een ongelofelijke metamorfose heeft ondergaan. 20 jaar geleden vertrok ik als correspondent over de gemeenschappelijke markt voor de Daily Telegraph naar de Belgische hoofdstad. Destijds was het station van Brussel-Zuid een heerlijk smoezelige plek met straatkatten, platgetrapte friet en treinen die langzaam vertrokken naar plaatsen die bekend waren uit de Eerste Wereldoorlog, zoals Poperinge.

Nu straalt het station de toekomst uit. Een grote Eurostar-terminal uit het ruimtetijdperk werpt een norse blik op de voormalige buurt, en toen we het hart van Eurostad inreden, kon ik mijn ogen haast niet geloven. Naarmate je de ontluikende Europese instellingen nadert, lijkt het alsof gigantische buitenaardse moederschepen van glas en staal een noodlanding hebben gemaakt in de stad, waarmee de straten en hun keien tot miniaturen verworden en de bakkertjes en mijn favoriete bruine cafés zijn verbrijzeld.

Europees parlement-nieuwe-stijl, dat barst van het zelfvertrouwen

Neem bijvoorbeeld het Europarlement, dat in mijn tijd een klein kantoor had in de Belliardstraat. En kijk eens waar het nu is gehuisvest. Een paleis kun je het niet eens meer noemen. Het zijn aaneengeregen paleizen, als een stad binnen een stad, met cafés en restaurants en gewelfde loopbruggen waarmee het ene modernistische, wanstaltige gebouw met het andere is verbonden. In mijn tijd was het Europarlement een gemoedelijk aanhangsel, de schoonmoeder der parlementen waar de agenda bestond uit lunches in Straatsburg, waarna felle retoriek werd gebezigd en kosmisch irrelevante kritiek werd geuit op de hongersnood in Afrika of aardbevingen in Latijns-Amerika.

Dat behoort nu tot het verleden. Er was misschien wel een café in het voormalige kantoor van het Europees Parlement in Brussel, maar zelfs een wanhopige journalist zou daar niet heen zijn gegaan voor een goed verhaal. Vandaag de dag wemelt het in het Parlementscafé van energieke jonge strebers, zowel mannen als vrouwen, met Dior-brillen waar de lust van afstraalt, maar wat voor lust eigenlijk? Machtslust. Dat is het. Voor het eerst in de dertigjarige geschiedenis van deze instelling, waarmee vaak de spot is gedreven, ving ik een glimp op van de macht waarvan de bruinleren muren zijn doordrongen, en terwijl ik bodes en portiers zachtjes heen en weer zag lopen, ontwaarde ik een parlement-nieuwe-stijl, dat barst van het zelfvertrouwen.

Britse parlementariërs onophoudelijk vernederd

En ik moet natuurlijk meteen denken aan de jammerlijke vergelijking met de Britse parlementsleden, die zo door de media zijn geplaagd en belaagd dat ze wel collectief overspannen lijken. Veel van hen trekken zich terug als parlementslid, in shocktoestand wegens het schandaal over de uitgaven. Hun zelfvertrouwen wordt permanent ondermijnd door publieke woede-uitbarstingen. Hun vervangers moeten zich staande houden in een onbemind en onhervormd parlement, waar zij in hun toespraken nog steeds de archaïsche derde persoon moeten gebruiken, nog steeds moeten stemmen via een oude procedure, waarbij zij 15 minuten langs gangen met lambrisering moeten schuifelen.

Dat staat in schril contrast met Brussel en Straatsburg, waar Parlementsleden alleen maar hoeven te verschijnen en met een druk op de knop kunnen stemmen, omgeven door elk mogelijk comfort en minimale interactie met hun kiezers. Terwijl het Parlement hier aan glans wint en het aantal leden toeneemt, met zo'n 750 Europarlementariërs in zijn kielzog, is de tendens in Londen precies omgekeerd. Niet alleen zijn er plannen om het parlement van 659 leden terug te brengen naar 400, maar Britse parlementariërs worden onophoudelijk vernederd en met de zweep gedwongen tot het invullen van rare formulieren waarin zij verantwoording moeten afleggen voor elk gewerkt uur.

Ons parlement in Londen staat aan de zijlijn

En deze kentering is niet slechts symbolisch. Het is de realiteit: het machtsevenwicht is verschoven en de wetten van dit land worden niet meer opgesteld door het parlement in Westminster. Zo hoef je de details van de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (Directive on Alternative Investment Fund Managers)niet te begrijpen om in te zien dat deze is gericht op bedrijven in Londen, en risico's die aanzienlijke schade toebrengen aan dergelijke bedrijven. Toch staat ons parlement in Londen volledig aan de zijlijn. Natuurlijk is het een goed idee om goede regels op te stellen, en er is nog tijd om de richtlijn te verbeteren. Maar wie gaat dat doen?

Het heeft geen zin om risicokapitalisten en beheerders van hedge funds te laten lobbyen bij Britse ministers. Op grond van de nieuwe medebeslissingsbevoegdheden van Europees Parlement worden dergelijke cruciale amendementen door Europarlementariërs opgesteld in Brussel. Er staan nog meer richtlijnen op stapel en de toekomst van de hele financiële dienstverlening in het Verenigd Koninkrijk ligt waarschijnlijk in hun handen. De fysieke tegenstelling tussen het levenloze Westminster en Brussel, dat blaakt van het zelfvertrouwen, spreekt dan ook boekdelen. De macht is verschoven, is aan het verschuiven, en zal met het Verdrag van Lissabon nog verder verschuiven naar het Europees Parlement.