Buiten het statige gemeentehuis van Saint-Laurent, het Frans-Guyanese grensplaatsje met Suriname, dromt een groep van zo'n twintig mannen en vrouwen in de zinderende hitte samen. De meeste mensen kijken verveeld voor zich uit en zijn hier zo te zien niet voor het eerst; het zijn Surinamers, op zoek naar de zo gewilde Europese verblijfsvergunning en, liever nog, een Frans paspoort.

Aan de Zuid-Amerikaanse poort naar de Europese Unie – Frans-Guyana is een volwaardig overzees departement van Frankrijk – is sprake van ware massa-immigratie. "Jaarlijks vragen 13.000 mensen, voornamelijk Surinamers, een verblijfsvergunning aan. Ongeveer een derde keuren we goed", vertelt sous-préfect (gouverneur) Hamel-Françis Mekachera. "Het is een lange, maar gewilde weg van zeven jaar naar de Franse nationaliteit."

De Europese Unie sluit echter meer en meer haar deuren. "Vanuit Parijs krijgen wij de opdracht minder mensen toe te laten", zegt Mekachera, "maar de lokale bevolking ziet dit niet als grens en is gewend om vrijelijk de Marowijnerivier (de natuurlijke scheiding tussen de twee naties, red.) over te steken. Voor ons Europeanen is het moeilijk om daar rekening mee te houden, de Franse wet is er niet op ingericht."

De broze grens veroorzaakt een palet aan problemen. Er is een levendige informele handel; op de markt van Saint-Laurent klinkt veel Sranantongo, Surinaams, veel kooplui lopen in shirts met de Surinaamse vlag. Er is ook veel criminaliteit. Gewapende overvallen zijn aan de orde van de dag, daders vluchten naar de veilige overkant.

Toevluchtsoord voor Surinamers in nood

Frans-Guyana is al langer een toevluchtsoord voor Surinamers in nood. De eerste stroom vluchtelingen kwam in juli 1986 op gang tijdens de Binnenlandse Oorlog, toen toenmalig legerleider Desi Bouterse strijd leverde tegen het junglecommando van Ronnie Brunswijk. 15.000 Surinamers trokken naar Saint-Laurent.

Burgemeester Léon Bertrand ving die eerste vluchtelingen op. "Het waren vooral vrouwen en kinderen. We hadden zelf het gevoel in oorlog te zijn, een patrouilleboot van het Surinaamse leger schoot op boten die probeerden naar de overkant te komen. Ik zag Albina [het Surinaamse stadje aan de overkant, red.] met eigen ogen afbranden."

Het gros van de gevluchte Surinamers keerde nooit terug naar de troosteloze overkant. De oorlog in de jaren tachtig en het militaire bewind van Bouterse deed de economische, maatschappelijke en sociale situatie in Suriname in rap tempo verslechteren.

Het verschil in ontwikkeling met het buurland is alleen maar groter geworden. Surinamers blijven er aan de poort kloppen. In totaal zijn 70.000 van de 217.000 inwoners in heel Frans-Guyana nu van Surinaamse origine. Sommige Surinamers hebben inmiddels ook de weg naar Parijs weten te vinden.

Helft van de geboren baby's is Surinaams

De gevolgen van de Surinaamse immigratie zijn goed te zien in het hospitaal in het centrum van Saint-Laurent. Arts Gabriel Carles werkt er nu dertig jaar. "We weigeren nooit mensen, dat is verboden en onmenselijk. Af en toe knijpen we een oogje dicht en doen we net alsof het een noodgeval is, zodat we patiënten toch kunnen opnemen. En ja, ze krijgen een Frans geboortecertificaat, daarmee kunnen ze tussen hun dertiende en achttiende levensjaar de Franse nationaliteit aanvragen."

Surinamers die simpelweg naar de overkant varen en zich aanmelden voor gratis en kwalitatieve gezondheidszorg slokken jaarlijks de helft van het hospitaalbudget op, zegt Carles. De helft van de geboren baby's is Surinaams.

Kunstenaar Franky Amete (44) woont al twintig jaar honderd kilometer verderop in Kourou: "Veel Surinamers zijn hier voor de euro en een beter bestaan", stelt hij. "Ik ben ook hier gekomen om te werken. Het leven was jaren geleden niet goed in Suriname. In mijn thuisland kon ik niet leven van de kunst die ik maak, hier wel."