Er is een woord dat de liefhebber van de Nederlandse taal voortaan maar beter kan onthouden: natiolect. "Belg.N." is niet langer een vingerwijzing in woordenboeken; Belgisch Nederlands is goed op weg om als natiolect erkend te worden, evenwaardig aan het Surinaams Nederlands en het Nederlands dat in Nederland gesproken wordt.

Er bestaat al een wetenschappelijk samengestelde lijst van Belgisch Nederlandse woorden, maar sinds kort wordt ook in de woordenboeken duidelijk dat het Nederlands evolueert in de richting van het Engels, waar men varianten als Brits Engels en Amerikaans Engels heeft. Geen dialecten, maar taalvarianten die aan een land of een natie verbonden zijn.

Een label voor "Nederlands-Nederlandse" woorden

Die evolutie wordt al een tijd door de Taalunie en wetenschappelijke kringen erkend, maar de woordenboekenreeks Prisma van uitgeverij Het Spectrum heeft deze zomer het voortouw genomen. Prisma heeft zopas in zijn pocketvertaalwoordenboeken honderden Belgisch Nederlandse woorden opgenomen die er vroeger niet in stonden.

Later dit jaar zet de uitgever nog een stap verder. In het verklarende handwoordenboek komt bij sommige woorden die enkel in Nederland gangbaar zijn, een vermelding "Nederlands Nederlands". Zo kan een Nederlandse gebruiker eindelijk in zijn woordenboek ontdekken dat Vlamingen het woord pinpas niet kennen.

Voor de aanpassing van de vertaalwoordenboeken geeft Prisma als reden op: “Tot nu toe gingen Nederlandse vertaalwoordenboeken vooral uit van de variant zoals die in Nederland algemeen gebruikt wordt. Daardoor waren zij niet altijd toereikend voor de Vlaamse gebruiker”. Die gebruiker hoeft dus niet meer via de omweg van het Nederlands Nederlandse woord. Voorbeelden zijn "academiejaar", "microgolfoven" en "brugpensioen" die in Nederland "academisch jaar", "magnetron" en "VUT" klinken. Ook de vertaling van "de lat gelijk leggen" en "elkaar geen Liesbeth noemen" wordt een stuk eenvoudiger.

Pompier of brandweerman?

De keuze van Prisma is gebaseerd op de ongeveer 4.000 Belgisch Nederlandse woorden die onder leiding van twee Vlamingen, prof. dr. Willy Martin (VU Amsterdam) en prof. dr. Willy Smedts (KU Leuven), de voorbije jaren verzameld zijn in het ReferentieBestand Belgisch Nederlands (RBBN). Martin: “Het is natuurlijk niet de eerste keer dat verklarende of vertaalwoordenboeken Belgisch Nederlandse woorden opnemen en labelen. Het grote verschil is dat Prisma het nu op systematische wijze doet.”

Belgisch Nederlands is zeer divers. Er is bijvoorbeeld substandaardtaal als "gazet" en "pompier", waarvoor we ook in Vlaanderen de correcte woorden "krant" en "brandweerman" gebruiken, maar er is evengoed een gamma van unieke woorden die hier stevig cultureel verankerd zijn of zelfs begrippen, zoals "vluchtmisdrijf" en "weekenddode", waar alleen het Belgisch Nederlands een specifiek woord voor heeft. De lijst bevat ook vrije alternanten, Nederlandse woorden waarvoor een Belgisch Nederlands alternatief bestaat, en omgangstalige woorden.

In de nieuwe versie van het verklarende pocketwoordenboek van Prisma zijn ongeveer 1.800 Belgisch Nederlandse woorden uit het RBBN opgenomen. Een selectie van een 1.200-tal is ook in de vertaalwoordenboekjes gebruikt. “Het Belgisch Nederlands heeft het stadium van volwassen variant van het Nederlands bereikt” zegt professor Martin. “Het natiolect staat naast het Nederlands Nederlands en het Surinaams Nederlands. Men accepteert stilaan dat die evenwaardig zijn. Onze taal is een driepoot”.