Eigenlijk moet er ook in de taal een grote voorjaarsschoonmaak gehouden worden. Van tijd tot tijd zouden we dan de zinnen die aan de vloer gekleefd zitten eraf schrobben, en rottende metaforen die achter de bank zijn gevallen opvegen. George Orwell waarschuwde al dat taal onvermijdelijk verstopt raakt met zinsneden die hun betekenis hebben verloren of, wat nog erger is, die opzettelijk "gemaakt zijn om leugens oprecht en moord respectabel te laten klinken, en die een stevig uiterlijk geven aan een holle frase".

Ik heb het over uitdrukkingen die onze omgeving op een neutrale manier lijken te beschrijven terwijl ze in werkelijkheid een verborgen politieke boodschap bevatten die de publieke opinie beïnvloedt. Een duidelijk, recent voorbeeld hiervan is de uitdrukking "verbeterde ondervragingstechnieken", een eufemisme dat opzettelijk in het Amerikaanse recht werd geïntroduceerd om marteling van zijn beladen betekenis te ontdoen en het als iets redelijks te laten klinken. Taal wordt wel vaker om politieke redenen op deze manier opzettelijk verbogen en vervormd. In de jaren '80 bijvoorbeeld vochten de voorstanders van de mislukte 'War on Drugs' hard om de term 'drugsgebruik', dat gewoontjes en ongecompliceerd klinkt en geen nare bijsmaak heeft, om te zetten naar 'drugsmisbruik'. Dat roept duistere beelden op (het klinkt als 'kindermisbruik'), maar wat betekent het eigenlijk? Waarom zou iemand die één keer per week wiet rookt om eens lekker te ontspannen, drugs 'misbruiken'? Mishandelt hij zijn joint?

Eerlijke handel? Dus welke zinnen zou ik wissen? Hier volgt een korte lijst: voedingsmiddelen het keurmerk "Fair Trade" geven. Dat suggereert dat het betalen van een fatsoenlijk salaris aan verschrikkelijk arme mensen van uitzonderlijke liefdadigheid zou getuigen. Terwijl het eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn en het uitgangspunt van elk beschaafd mens. Als we daar nou eens van uitgaan, kunnen we beter labels met een tegenovergestelde betekenis uitdelen: al het andere voedsel zou dan voorzien worden van keurmerken als "Unfair Trade", "Roofhandel", of "We-betalen-ze-een-schijntje-handel".

'Zuigelingensterfte'. Dat klinkt klinisch en antiseptisch terwijl we het hier wel hebben over dode baby’s. Een voorbeeld. In Malawiin Zuidoost-Afrika verschraalde de grond door roofbouw, waarop de democratische regering een intelligent beleid in gang zette voor het subsidiëren van kunstmest. De hongerige boeren in het land kregen er zakken vol van tegen een derde van de werkelijke prijs, en het land bloeide op. Toen werd dit door de Wereldbank veroordeeld als "marktverstoring" en werd Malawi verteld dat ze er onmiddellijk mee moesten stoppen als ze nog langer leningen wilden ontvangen. De subsidies werden stopgezet en de oogsten mislukten. Drie jaar geleden liet de regering van Malawi de Wereldbank uiteindelijk weten de pot op te kunnen met hun leningen, en ging weer kunstmest subsidiëren. Nu sterft er niemand meer van de honger en is het land de grootste maïsexporteur voor het Wereldvoedselprogramma in zuidelijk Afrika.

Kinderen zijn niet religieus "Christen-/moslimkinderen". Kinderen worden routineus bestempeld als 'christelijk', 'islamitisch', 'joods' of wat de geloofsovertuiging van hun ouders dan ook is, zodat ze bijeengedreven kunnen worden in door bijgeloof gesegregeerde scholen, waar ze volgens dat geloof geïndoctrineerd worden. Maar, zoals Richard Dawkins al zei, kinderen hebben geen religie. Ze hebben de teksten niet gelezen, niet over de ideeën nagedacht en ze zijn niet op basis van bewijzen tot een conclusie gekomen. De verspreiders van deze term willen dat ook helemaal niet. Ze willen ze binnenhalen op een leeftijd waarop hun rationele vermogens nog niet gevormd zijn, en hun ideeën er zo diep bij ze instampen dat ze angstig en verward raken wanneer ze rationele tegenargumenten horen. We zouden ze eigenlijk "de kinderen van christelijke/islamitische/joodse ouders" moeten noemen, zodat duidelijk is dat ze het recht hebben hun eigen mening te vormen.

Ondergang van het ecosysteem "Klimaatverandering". Dit woord werd uitgevonden door de republikeinse opiniepeiler Frank Luntz toen hij ontdekte dat doelgroepen de term "opwarming van de aarde" te beangstigend vonden. Klimaatverandering klinkt aangenaam en vriendelijk, en laat ons denken dat het klimaat door de jaren heen op natuurlijke wijze steeds warmer wordt. Zelfs "opwarming van de aarde" is problematisch omdat we daarbij een beeld krijgen van lekker in de zon liggen. De meest accurate uitdrukking zou "het uiteenvallen van het ecosysteem", "klimaatchaos", of "catastrofale, door de mens veroorzaakte wereldwijde opwarming" zijn. Het mag dan wel een hele mond vol zijn, het is ten minste eerlijk.

Ik zou er nog een heleboel kunnen verzinnen. Het gebruik van koninklijke titels door republikeinse verslaggevers en kranten is bizar: waarom kunnen we de Windsors niet bij hun naam noemen, net als iedereen? Waarom noemen we "de Koningin" niet gewoon Elizabeth Windsor, en haar zoon Charles Windsor? Zo vervliegt ook hun belachelijke, onverdiende aura, en wordt de taal voorzien van republikeinse logica. Orwell zei dat we "de betekenis het woord moeten laten kiezen, en niet andersom". Als het dode baby's zijn, noem ze dan ook dode baby's. Als het ecosysteem instort, zeg dat dan ook. Alleen wanneer we de wereld op een eerlijke manier beschrijven, kunnen we beginnen met de verbetering ervan.