We weten niet hoe het is begonnen, en ook niet hoe het zal aflopen, maar één ding is zeker: sinds een aantal maanden lijdt Europa aan de elektrokoorts. Vooral de Autobeurs van Frankfurt (IAA) lijkt zwaar getroffen: er is geen enkele autofabrikant meer die er geen elektrisch model presenteert. Volkswagen kondigt aan tussen nu en 2013 een klein, volledig elektrisch model in productie te nemen, Mitsubishi zou zijn elektrische auto voor het eind van het jaar willen lanceren, en BMW betreedt de markt via een van zijn B-merken.

De snelheid waarmee de politiek, economen en wetenschappers het met elkaar eens werden is verbijsterend. De Duitse regering schat dat er over tien jaar een miljoen elektrische auto's op de Duitse wegen rijden en Siemens voorspelt zelfs 4,5 miljoen. Voor deze cijfers lopen zelfs de meest koudbloedige rekenaars warm maar of deze voorspellingen tegen de werkelijkheid zijn opgewassen, is nog maar de vraag. Door het instorten van de verkoop in de automobielsector overal ter wereld, lijkt de discussie rond de elektrische auto steeds meer op los zand te berusten. Wat gisteren nog slechts een utopie leek, gaat nu door voor dé grote commerciële uitdaging.

Auto's met een schoon geweten

Op de eerste plaats is de elektrische auto een projectie van onze eigen goede voornemens en een excuus voor subsidieaanvragen. Elektrische voertuigen verbruiken geen benzine, stoten geen schadelijke stoffen uit en zijn stil. Zo heeft voormalig SAP-manager en oprichter van de start-up Better Place, Shai Agassi, de ambitie heel Californië en Israël van elektrische auto's te voorzien. Dit lijkt vooral marketingpraat, aangezien de technologie die ervoor nodig is, nog in de kinderschoenen staat. Vooralsnog zijn de lithium-ion accu's niet geschikt voor het afleggen van lange afstanden en weet niemand hoe ze zich gedragen bij veroudering of hoe vaak ze kunnen worden opgeladen. Lithium-ion accu's zijn zwaar en moeten onderhouden worden. Hierdoor wordt het gebruik van elektrische auto's beperkt en maakt het ze vooral in aanschaf erg duur. Als autofabrikanten een prijs zouden vragen die overeenkomt met de werkelijke kosten, dan zou een elektrische auto veel meer dan 40.000 euro kosten.

Natuurlijk zullen de prijzen dalen en het accuvermogen toenemen wanneer de auto's in productie worden genomen. Maar voor fabrikanten blijven de productiekosten voor dergelijke auto's buitensporig hoog en zouden ze gedwongen zijn hun hele productielijn aan te passen. Een auto zonder versnellingsbak vereist een volledig nieuw ontwerp, de carrosserie moet veel lichter worden om het gewicht van de accu te compenseren en kan daarom beter uit koolstof bestaan dan uit staal. Dit zijn geen kleine aanpassingen, maar een regelrechte revolutie voor de auto-industrie. En dan is er ook nog de infrastructuur: het zal jaren duren om alleen al de grote steden te voorzien van voldoende oplaadstations. Grote autostromen zullen op een slimme manier beheerd moeten worden om overbelasting van het netwerk te voorkomen. Een dergelijk systeem wordt ecologisch gezien pas interessant wanneer de elektriciteit die ervoor nodig is op een milieuvriendelijke manier geproduceerd kan worden.

Nooit zonder subsidie

Zonder stevige overheidssteun is er geen markt voor de elektrische auto. De groteautofabrikanten als Volkswagen en Opel maken zich al op voor moeilijke jaren nu de slooppremie op zijn eind loopt. De rij die zich in Berlijn gaat vormen voor het loket om een ontwikkelingssubsidie voor elektrische auto's aan te vragen, zal dus lang worden. Elektrokoorts kan echter bestreden worden door terug te denken aan de beloftes die nooit werden ingelost op het gebied van waterstofverbranding en brandstofceltechniek. Tot op heden heeft de industrie nog geen cent aan al deze "technische doorbraken" verdiend. En ook elektrische auto's dreigen op het subsidiekerkhof terecht te komen.