Nederland door buitenlandse ogen: Niet tolerant en niet typisch extreemrechts

Presseurop Notebook

[In Der Spiegel](http:// http://www.spiegel.de/international/europe/0,1518,druck-699377,00.html) schetst schrijver en journalist Ian Buruma een beeld van het politieke landschap onder invloed van de opkomst van de PVV, en corrigeert daarmee het verkeerde imago dat Nederland in het buitenland heeft.

In buitenlandse media doen twee totaal tegenovergestelde beelden van Nederland de ronde. In het ene beeld is Nederland een wilde plek zonder regels waar politieagenten marihuana roken, homo’s op dans straten en euthanasie in een oogwenk geregeld kan worden, een multiculturele maatschappij die zo tolerant is dat zelfs gewelddadige moslimextremisten subsidie krijgen. Vooral in de VS komt deze karikatuur veel voor. Maar met de plotselinge opkomst van populistische demagogen zoals Pim Fortuyn en Geert Wilders die steen en been klagen over de “islamisering” van Europa is een heel ander beeld de boventoon gaan voeren in de media: dat van een land van reactionairen en racisten, die de rest van Europa naar een nieuw soort fascisme leiden. Beide beelden zijn natuurlijk zeer overdreven […] in het geheel genomen zijn de mensen in Nederland vrij kalm van aard […] lange periodes van kalmte worden er af en toe onderbroken door korte hysterie: dat zou de Nederlandse maatschappijgeschiedenis wel eens globaal genomen wel kunnen samenvatten”.

Buruma schrijft dat een vergelijking van Pim Fortuyn of Geert Wilders met andere extreemrechtse partijen in Europa mank gaat: in tegenstelling tot andere EU-landen, hebben de Nederlandse rechts-populistische partijen geen enkele wortels in het fascisme of het nazisme. Bovendien zijn beide figuren atypisch: Fortuyn wegens zijn pro-homo en pro-feministische standpunten, Wilders wegens zijn “enigszins sinistere vorm van filosemitisme”.

Ook legt hij de vinger op de “vreemde paradox van het Nederlands populisme. De demagogen praten niet alleen over de noodzaak om intolerante moslims tegenwicht te bieden in de naam van de traditionele Nederlandse vrijheid, maar verwerpen tegelijkertijd de tolerantie die decennialang is verdedigd door het liberale establishment, als typisch elitaire propaganda. Als je niet zo lang geleden een Nederlander vroeg wat de Nederlandse identiteit inhield, betrof zijn antwoord meestal tolerantie, openheid met betrekking tot andere culturen en gastvrijheid jegens buitenlanders. Of deze manier van zichzelf op de borst kloppen de waarheid recht aandeed, is nog maar de vraag. Maar de aanhangers van Wilders zijn in ieder geval van mening dat de tolerantie is doorgeschoten”.

Ten slotte doet de auteur een paar aanbevelingen: “De vraag is nu, in Nederland maar ook in andere democratieën, hoe het vertrouwen in de liberale politiek kan worden hersteld […] de mensen in Nederland, net als in andere delen van Europa, zullen er aan moeten wennen om immigranten uit niet-westerse landen als gelijke burgers te behandelen. Dit geldt ook voor Europese moslims. Alleen dan kunnen de gewelddadige revolutionaire elementen worden geïsoleerd”.

Ervan uit gaande dat de PvdA de kans had de grootste partij te worden, besluit Buruma: “Mocht Cohen er in slagen een meerderheidsregering te vormen, dan zullen de problemen met betrekking tot terrorisme, criminaliteit op straat of economische onzekerheid niet zomaar verdwijnen. Maar Nederland zou dan wel een grotere kans hebben om weer een bepaald niveau van weldenkendheid terug te krijgen, en weer een land te worden dan noch wild noch bekrompen is, maar de rustige burgermaatschappij dat het behoort te zijn”.

Factual or translation error? Tell us.