"Zes maand geleden reed ik rond vijf na tien over de autostrade toen ik zag dat ik gekwetst was aan mijn hand.” Een Nederlandse leraar zal vreemd opkijken bij een dergelijke zin en meteen een streep door ‘maand’, ‘vijf NA tien’, ‘autostrade’ en ‘gekwetst’ zetten. Ook zijn Vlaamse collega zal dat waarschijnlijk doen, maar wel met tegenzin. Het is immers alledaags Vlaams taalgebruik. Als het aan de taalprofessionals in Vlaanderen ligt, is het dan ook tijd voor een omslag.

Uit onderzoek van de KU Leuven, dagblad De Standaard, Radio 1 en de Taalunie onder 3226 taalprofessionals is namelijk gebleken dat "als het aan het taalgevoel van Vlaamse taalprofessionals ligt, meer Vlaamse woorden en zinnen tot de Nederlandse standaardtaal moeten behoren", schrijft De Standaard.

De deelnemers (van advocaten tot leraren en eindredacteuren) moesten vijftig zinnen beoordelen, waarvan veertig typisch Vlaamse woorden of uitdrukkingen bevatten (zoals solden, mutualiteit en vuilbak) en tien vooral Noord-Nederlandse termen (ergens een hard hoofd in hebben, een occasion, jus d'orange). Hierna moesten zij aangeven of zij de zin aanvaardbaar vonden in een dagblad of op het journaal.

Onderzoeker en docent Nederlands aan de KU Leuven Johan De Schryver noemt de resultaten “verrassend”. Zelfs “oude kaskrakers van de anti-gallicismestrijd” zoals ‘zich verwachten aan’ wat ‘verwachten’ moet zijn, en ‘beroep doen op’ voor ‘een beroep doen op’, werden door de deelnemers acceptabel bevonden. 58 procent van de deelnemers bleek niets tegen meer Vlaams in de standaardtaal te hebben.

Journalist Jeroen De Preter, “ooit een behoorlijk geradicaliseerde soldaat in de heilige strijd tegen Vlaams Nederlands”, verbaast zich niet over de uitslag en vraagt zich in De Morgen af of deze taalstrijd niet al lang gestreden is:

Nog tot laat in de negentiende eeuw was de voertaal in Vlaanderen het Frans. Het plan om de moedertaal van de Vlamingen als officiële taal toe te laten won in die tijd snel veld, maar werd bemoeilijkt door het feit dat die moedertaal in wezen een mozaïek van dialecten was. […] Hollands zou de norm worden, de Franse invloeden verketterd als gallicismen. […] Wij kunnen onze voorouders hier niet dankbaar genoeg voor zijn. Maar is hun strijd niet stilaan gestreden? Niemand die het nog in zijn hoofd haalt om hét Vlaamse woord ‘goesting’ te verbieden. […] Is er geen goede reden om niet op dezelfde manier om te gaan met die enkele honderden Vlaamse woorden […] die ‘ons’ Nederlands doen afwijken van het ‘Hollands’ Nederlands? Nee, die is er niet.

Maar niet iedereen is het met hem eens. Knack-redacteur Joel de Ceulaer noemde het op Twitter een “zwarte dag voor het Nederlands” en hoofdredacteur Bjôrn Soenens van Het Journaal schreef op hetzelfde digitale medium “Weg met de gallicismen”.

De Schryver sluit zijn rapport af met twee adviezen: concentreer je niet op de vraag of we nu de Noord-Nederlandse norm nog moeten volgen of niet (“Die discussie is namelijk al even oud als de Vlaamse emancipatiestrijd zelf. […] Maar die discussie is achterhaald door de feiten, zoals ook blijkt uit deze enquête”) en laat je zeker niet verleiden tot randdiscussies over tussentaal (de informele taal):

De Vlaming voelt zich goed in zijn vel en heeft niet de behoefte om zich aan te passen aan verwachtingen die hij niet zinvol vindt, waarvoor hij zich zou moeten inspannen zonder dat er enige sanctie of beloning aan verbonden is, ook op taalgebied. Wie tot een groep behoort met enig prestige en daardoor een natuurlijke normbepaler is, heeft het niet nodig voor zijn opwaartse sociale mobiliteit om zijn taal (evenmin als andere aspecten van zijn gedrag) aan te passen aan een outgroup, de taalgemeenschap van Nederland.

Wilt uzelf testen hoe Vlaams uw Nederlands is, doe dan de test op de site van De Standaard.