Vijf jaar lang is er hemel en aarde bewogen om Griekenland te redden, maar het resultaat is weinig opbeurend. Wat ging er mis tussen Athene, Brussel en Berlijn? De Duitse krant Die Welt heeft een reconstructie aan de hand van zeven punten gemaakt.

Geïndustrialiseerde landen en de IMF, opgericht in 1945, hebben tientallen jaren ervaring met het rehabiliteren van met schulden overladen staten en het leggen van een basis voor een duurzaam herstel. In het verleden zijn er grote fouten gemaakt, maar er zijn net zoveel lessen geleerd. Zelfs zo veel dat we dat dachten dat we in principe wisten wat we moesten doen als een land op het punt stond failliet te gaan.

Maar toen kwam in 2010 de Griekse kwestie op de agenda. Kort na het uitbreken van de Griekse crisis volgde de Eurozonecrisis toen Ierland, Portugal en Spanje ook hulp nodig bleken te hebben. Maar nu de andere crisislanden over het algemeen weer op de juiste weg zijn, lopen de euzonepartners en internationale organisaties tegen hun eigen grenzen op van wat ze kunnen doen in Griekenland.

De Griekse economie is om zeep geholpen door excessieve bezuinigingsmaatregelen, zo zien de Grieken en sommige Amerikaanse topeconomen het. Griekenland was simpelweg onwelwillend om hervormingen door te voeren en kon daarbij een frisse start maken dankzij devaluatie in het geval van een 'Grexit', dat is de mening van velen in Duitsland, of het nu aanhangers van Alternative für Deutschland of hoogleraren economie zijn.

De waarheid ligt, zoals altijd, ergens in het midden. Wie wat dieper op de feiten van de crisis ingaat, ziet dat veel beslissingen over het Griekse hulpprogramma goed gefundeerd waren en met de juiste bedoelingen zijn genomen, maar dat ze neveneffecten hebben gehad die een averechts effect hebben gesorteerd en vaak moeilijk te voorzien waren.

1. Te veel nadruk op cijfers

De meeste structurele hervormingen hoefden van de geldschieters door de Griekse regering niet te worden doorgevoerd. De focus lag voornamelijk op fiscale doelen, vooral omdat de regeringen van donorlanden tastbare resultaten wilden zien om de bailout aan hun kiezers te verantwoorden. Het weer gezond maken van de Griekse begroting had de hoogste prioriteit. Bezuinigingen op zich zijn niet verkeerd, maar de effecten daarvan op de economische groei zijn in de crisis wel onderschat, vooral bij gebrek aan de hoognodige structurele hervormingen, die lastig zijn door te voeren omdat ze botsen met gevestigde belangen.

2. Provocerend micromanagement

Ontwikkelingshulp en de de tientallen IMF-programma's hebben duidelijk gemaakt dat het geen zin heeft om kant-en-klare plannen aan een land op te dringen. De regering moet aan zijn electoraat een eigen hervormings- en versterkingsprogramma kunnen voorstellen en de hervormingen in eigen handen hebben. Dit principe werd volledig genegeerd in het geval van Griekenland. Hulp werd alleen verleend in het geval er aan strikte voorwaarden werd voldaan. De Trojka had echter ook weinig keuze: de Grieken kwamen zelf met weinig voorstellen en zorgden voor dubbelzinnigheid in het hervormingsplan om zo belangengroepen te kunnen beschermen.

3. Verkeerde bezuinigingen

Regeringen die ervoor kiezen hun uitgaven te herstructureren, kiezen meestal voor de makkelijkste weg. De crisis was voor Griekenland het moment om een einde te maken aan de belastingvoordelen voor vooral de rijken. Hierdoor zou het belastingsysteem eerlijker worden en er steun komen voor het gehele aanpassingsproces. Dit gebeurde echter niet, waarschijnlijk uit vrees voor de elite met zijn gigantische netwerk. Bovendien werden de uitgaven van de publieke sector sterk teruggedrongen door te korten op de salarissen en niet door ontslagen omdat de sector wordt gebruikt als veiligheidsnet voor ontslagen uit het bedrijfsleven. Andere onpopulaire en onnodige hervormingen, zoals het sluiten van de staatstelevisie, leken op een poging de Trojka in diskrediet te brengen bij de Griekse burgers.

4. Eindeloze periode van lijden in plaats van een "Big Bang"

Een veel gehoorde klacht is dat van Griekenland te veel in te weinig tijd werd verwacht. Het tegenovergestelde is echter waar. Mensen accepteren een twee jaar durende periode van ontberingen makkelijker dan een schijnbaar eindeloze kwelling. Aanvankelijk werd Griekenland van het ergste gespaard, maar er werd consequent te weinig gedaan om de economie weer op gang te brengen en investeerders naar het land te trekken. De problemen werden alleen maar groter.

5. Ontkennen van de problemen

Er vond geen 'Big Bang' in Griekenland plaats omdat er in de eerste jaren van het bestaan van de euro veel aandacht door de Europese Commissie was besteed aan de schuldcriteria uit het Verdrag van Maastricht. De structurele problemen in de eurozonelanden werden genegeerd. Pas toen de crisis losbarstte, realiseerde Brussel hoe weinig er bekend was over Griekenland, zoals bijvoorbeeld of de inefficiëntie van de overheidsdiensten. Bovendien was Griekenland het eerste slachtoffer van de crisis en werd het in het begin als een geïsoleerd geval beschouwd. Toen ook andere landen werden getroffen, werd de situatie nog erger door de verslechterde economische situatie in de EU.

6. Te aarzelend over een haircut

Politici wilden dat Griekenland een geïsoleerd probleem zou worden. Deskundigen die erop wezen dat Griekenland niet alleen zijn rekeningen niet kon betalen, maar ook zijn schulden niet kon aflossen, werden genegeerd. De gedachte daarachter was dat alleen een grote schuldvermindering draconische bezuinigingsmaatregelen kon voorkomen. Er bestond een angst dat de schuldeisers van andere zwakke landen in paniek zouden raken als Griekenland wél schuldenverlichting zou krijgen.

7. Gebrek aan een toekomstvisie

Een gebrek aan bescherming voor de rest van de eurozone was de reden dat de EU lange tijd een haircut te gevaarlijk heeft gevonden. De begrotings- en schuldenregels van het Verdrag van Maastricht gaven geen richtlijnen in het geval van een ernstige economische en schuldencrisis. Dit wijst op enig overmoed van de EU. Er werd geloofd dat crises zoals die plaatsvonden in opkomende markten niet in Europa konden plaatsvinden. Het heeft daardoor kostbare tijd gekost voor er instrumenten als het Europese Financiële Stabiliteitsfonds (EFSF), het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) en de bankenunie konden worden opgericht.

De kwestie Griekenland staat weer bovenaan de Europese agenda. Helaas is de Trojka in diskrediet gebracht en zijn de Grieken uitgeput en meer dan ooit tegen hervormingen. Is het nog steeds mogelijk het land binnen de eurozone te houden?