Maakt 67 procent het verschil? Bij het tweede Ierse referendum over het Verdrag van Lissabon op 2 oktober heeft zich een grote meerderheid afgetekend vóór de tekst, en zelfs de tegenstanders van het verdrag geven toe dat de keuze van de kiezers nu onweerlegbaar is. Alhoewel...

Nadat Ierland tijdens het eerste referendum in juni 2008 "nee" stemde, kwam het in Europa tot een botsing tussen twee opvattingen van het begrip "democratie". Volgens de eerste opvatting zou het niet mogelijk moeten zijn dat één enkel land, met een bevolking die minder dan 1% van de totale bevolking van de Unie vertegenwoordigt, de inwerkingtreding van een verdrag kan tegenhouden dat door vrijwel alle andere landen is geratificeerd. Volgens de tweede opvatting was het onaanvaardbaar dat het besluit van een volk dat rechtstreeks was geraadpleegd, terzijde werd geschoven en dat dit volk opnieuw moest gaan stemmen om zijn eerdere stem te herroepen.

Dankzij dit tweede referendum, en de uitkomst ervan, komen deze twee visies op de democratie voor een deel weer nader tot elkaar. Want om de Ieren zover te krijgen dat ze opnieuw gingen stemmen, moest er worden uitgelegd wat het Verdrag van Lissabon precies inhield. De Ieren hebben "ja" gezegd, omdat zij nu beter begrijpen hoe de Unie werkt en wat de positie van hun land binnen Europa is. Zij hebben zich uitgesproken over het verdrag – en dan ook uitsluitend over het verdrag -, waarbij ze hun ontevredenheid over de regering van premier Brian Cowen niet hebben laten meetellen. Je zou dan ook kunnen zeggen dat de Ieren de Europese burgers zijn die het Verdrag van Lissabon misschien wel het best kennen. Het feit dat zij het verdrag met zo'n grote meerderheid hebben goedgekeurd, wijst erop dat de burgers van andere landen ook tot een eenduidig besluit zouden komen als zij zich met kennis van zaken konden uitspreken, zonder dat nationale kwesties daarbij een rol zouden spelen.

Er wordt heel vaak gezegd dat Europa bang is voor het volk, of omgekeerd: dat Europa te ingewikkeld en te belangrijk is om het te onderwerpen aan de willekeur van kiezers die niet weten wat er op het spel staat. Daarom is de uitslag van afgelopen zaterdag goed nieuws. Maar dan moeten de Europese leiders wel inzien dat zij de kiezers niet bang moeten maken door hun te vertellen dat iedere stem een stem vóór of tegen Europa is. Want dat is niet de manier om een open en constructief debat op gang te brengen.

Momenteel zijn alle ogen gericht op de Tsjechische president Václav Klaus, die de ratificatie van het verdrag "in het belang van zijn land" tegenhoudt, vanuit de gedachte dat hij de laatste is die deze belangen kan verdedigen. Is het geen goed idee, meneer Klaus, om uw burgers eens aan het woord te laten? E.M.