"Met uitzondering van euro-obligaties hebben we alles gekregen wat we hadden verwacht." Als we deze bankier, die door Le Monde wordt geciteerd, mogen geloven, betekent het akkoord dat in de nacht van 26 op 27 oktober over de afschrijving van de Griekse schuld, de herkapitalisatie van de banken en de versterking van het Europees Financieel Stabiliteitsfonds werd bereikt, het begin van een uitweg uit de crisis in de eurozone.

Maar de ervaring met eerdere overeenkomsten die met hangen en wurgen na moeilijke onderhandelingen werden gesloten, noopt tot voorzichtigheid. De wegen van de markten zijn soms ondoorgrondelijk en het risico blijft bestaan dat ook deze top voor niets is geweest. Wij wagen ons dan ook niet aan een voorspelling over hoe het verder zal gaan.

De Europese leiders hadden al gewaarschuwd dat de toekomst van de EU op het spel stond en als we een blik werpen op het Europese landschap na deze dubbele top kunnen we zien dat de politieke crisis die schuilgaat achter de financiële crisis, wellicht nog moet beginnen. Veel waarnemers hebben opgemerkt dat de eurozone afstevent op verdergaande integratie en dat zal veel onzekerheden met zich meebrengen.

Over de discussies tussen Angela Merkel en Nicolas Sarkozy wordt nogal dramatisch gedaan, waaruit blijkt dat de as Parijs-Berlijn opnieuw de enige motor van Europa is. Maar Europa bestaat niet langer uit zes of twaalf landen en het is niet meer zo gemakkelijk alle landen mee te krijgen als vóór de achtereenvolgende uitbreidingen en de oprichting van organen met ruime bevoegdheden zoals de Europese Centrale Bank.

De woordenwisseling tussen Nicolas Sarkozy en David Cameron en het debat in het Britse Lagerhuis over een referendum over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk laten zien dat Londen zijn plek zoekt in deze nieuwe structuur in wording en dat 'Merkozy' geen cadeautjes uitdeelt aan de Britten, die lange tijd de liberale koers van de Europese Commissie hebben beïnvloed, zonder alle politieke verantwoordelijkheden op zich te nemen.

Maar het Verenigd Koninkrijk is niet de enige die zijn plek zoekt. De negen andere niet-eurolanden, zoals Polen of Zweden, beginnen reeds de legitimiteit van dit Europa van twee snelheden te betwisten. Het is waar dat voor de Schengenzone en de Europese defensie al een variabele geometrie geldt. Maar de bevoegdheden van Europees bestuur zijn daarbij minder uitgebreid dan bij de invoering van het toezicht op nationale begrotingen of het creëren van de post van Europese minister van Financiën.

En daar ligt nu precies de kern van de toekomstige instabiliteit. Want de economische regering waar Berlijn en Parijs, gesteund door Nederland en Finland, op aansturen, raakt de soevereiniteit van de lidstaten en werpt de vraag op hoe het zit met de democratische controle. Dat stelt de socioloog Jürgen Habermas in een nog niet verschenen essay waaruit Presseurop gisteren fragmenten heeft gepubliceerd.

Vanuit dit gezichtspunt bevindt de EU zich in een gevaarlijke middenpositie. De Europese leiders moeten namelijk politieke efficiëntie en praktische democratie hand in hand laten gaan. Het onvolmaakte proces van ratificering van het akkoord van 21 juli heeft duidelijk gemaakt dat het tempo van de nationale parlementen te ver achterblijft bij het tempo van de markten.

Bovendien stellen de nationale democratieën tegengestelde eisen, die leiden tot een impasse binnen de EU. Dat is ook de visie die Timothy Garton Ash deze week heeft verwoord, nadat hij de debatten in het Britse en Duitse parlement had gevolgd.

Niemand is echter nog klaar voor een Europese democratie met een Parlement dat op basis van transnationale lijsten wordt gekozen en transnationale debatten voert. Daarom zullen de besluiten als voorheen door de leiders achter gesloten deuren worden genomen en worden goedgekeurd door parlementen die vooral tot taak hebben zich met binnenlandse kwesties bezig te houden. De euro is dan misschien gered, maar de EU is nog niet uit de problemen.