De crisis in de eurozone verduistert ons zicht op de actualiteit in andere landen. Maar op 4 december vindt er een symbolische stemming plaats: de parlementsverkiezingen in Rusland. Over het resultaat bestaat vrijwel geen twijfel: ondanks diverse tekenen van ontevredenheid onder de bevolking zal de partij die nu aan de macht is, Verenigd Rusland, de doema blijven domineren, ook al moeten de kiezers daar een beetje voor onder druk worden gezet.

Deze verkiezing markeert het begin van een nieuwe machtsfase voor Vladimir Poetin. Na een aantal jaren van betrekkelijke onzekerheid of de toekomst van Rusland zich zou richten naar de modernistische Dmitri Medvedev of de keizerlijke Poetin, zal de voormalige premier in maart volgend jaar zeer waarschijnlijk president worden. En dat zal natuurlijk consequenties hebben voor de EU.

Door Sint-Petersburg te stichten, dat westerser was dan het Moskou van de tsaren, wilde Peter de Grote Rusland aan Europa vastklinken. Drie eeuwen later lijkt Sint-Petersburger Poetin voor een tegenovergestelde beweging te kiezen. Het plan voor een Euraziatische Unie dat hij op 4 oktober presenteerde, klinkt voor velen als een wens om weer een soort van USSR te scheppen. Hij doet dit 20 jaar na de instorting van de Sovjet-Unie, die door hem wordt gekwalificeerd als "een van de grootste geopolitieke rampen van de twintigste eeuw". In feite gaat het nu om een uitbreiding van de douane-unie tussen Rusland, Wit-Rusland en Kazachstan met andere voormalige Sovjetrepublieken zoals Tajikistan of Kirgizistan. En zelfs Oekraïne, als dat land voor Moskou zou kiezen in plaats van voor de EU.

Deze Euraziatische Unie gaat verder dan eenvoudige nostalgie. Het illustreert de wens van Poetin om Rusland als continentale macht neer te zetten, halverwege een Europa, dat hij niet langer als een capabele partner ziet, en Azië, dat hem afzetgebieden voor gas en olie biedt. Vanuit deze unie kan hij een alternatief wereldwijd politiek beleid ontwikkelen. Voor het Kremlin zijn China, Iran, India en Afghanistan voortaan belangrijker dan de landen van de EU. Laatstgenoemden zijn immers al sinds jaar en dag verdeeld over de houding die ze ten opzichte van Rusland moeten aannemen, en nu zijn ze ook nog verzwakt door de crisis.

Rusland zal zijn westflank echter niet helemaal in de steek laten. Het land is steeds nadrukkelijker aanwezig in Oekraïne, terwijl Europa dat tevergeefs probeert binnen zijn invloedssfeer te houden. Wit-Rusland staat onder economisch toezicht van Rusland, zodat het dictatoriale bewind van Aleksandr Loekasjenko er kan overleven – een mislukking voor de Europese waarden. En Rusland is bezig met het plaatsen van raketten in Kaliningrad, de Russische enclave tussen Polen en Litouwen. Kortom, ook als Rusland zich steeds meer op Azië richt, blijft het land een probleem voor Europa.

Maar zo hoeft het niet te gaan. De Europeanen kunnen de Russen niet eeuwig blijven behandelen als buren die je niet kunt vertrouwen. Vladimir Poetin, die lijkt te weten wat hij wil, zal zeker nog lang aan de macht zijn. Dit langetermijnvoordeel zou de Europese Unie moeten benutten om te weten te komen wat zij op haar beurt wil. Ze zou een stevig maar open beleid naar Moskou toe moeten voeren. Doet ze dat niet, dan wordt de Unie nog verder van de kaart geveegd.