Een van de constante factoren in deze eurocrisis is dat we nooit weten of men er tijdens de topontmoetingen die steeds als laatste redmiddel worden ingezet, in slaagt om de eenheidsmunt voor eens en altijd te redden. De laatste EU-top vormt daarop geen uitzondering.

Angela Merkel en Nicolas Sarkozy slaagden erin de goedkeuring van hun partners te krijgen om begrotingsdiscipline in het Europese marmer te mogen beitelen. Maar de gematigde reactie van de financiële markten de dag na de top is wellicht een aanwijzing dat het allemaal nog niet voorbij is.

Want afgezien van de euro-obligaties waar veel financiële experts om vroegen, wordt er in het principe-akkoord ook niet gerept over een bankvergunning betreffende het Europese stabiliteitsmechanisme (ESM) dat in juni 2012 zal worden ingevoerd.

Daarmee zou het ESM geld kunnen lenen bij de Centrale Europese Bank, waarmee de eurozone over onbeperkte middelen zou beschikken om landen in moeilijkheden tegemoet te komen. Deze mogelijkheid wordt echter nog steeds afgewezen door Duitsland, dat bang is voor inflatie en politieke invloed op de centrale bank.

De weigering zorgt ervoor dat het de eurozone aan slagkracht blijft ontberen waarmee de markten aan het verstand zou kunnen worden gebracht dat ze bestand is tegen iedere storm.

Met aanpassing van het Europese Verdrag in het vooruitzicht, wint de Unie een beetje tijd en zouden we onze euro's begin 2012 nog kunnen gebruiken, in tegenstelling tot wat sommige zwartkijkers in de afgelopen weken beweerden. Dat is geen slecht resultaat.

Maar wat je ook mag vinden over de markten, kredietbeoordelaars en speculanten die de Europese economieën aanvallen, we mogen hopen dat ze zich tevreden zullen stellen met het besluit van de lidstaten. Want de prijs die er betaald moet worden is al erg hoog: de institutionalisering van een Europa 'met meerdere snelheden', en de vraag die zich nu al opdringt over de toekomst van Groot-Brittanië binnen de EU.

Hoewel we er niet onderuit kunnen om deze beslissende politieke problemen op te lossen, zouden twee gebaren deze prijs acceptabeler maken. Ten eerste zou Duitsland, nu het land de discipline heeft gekregen die ze van de rest eiste, zich moeten openstellen voor het idee dat monetaire stabiliteit misschien verenigbaar is met een vorm van solidariteit zoals euro-obligaties of een meer heldere steun van de ECB aan de verzwakte landen.

Daarnaast zouden de Europese regeringen zich ervan bewust moeten worden dat zij de bezuinigingslogica los moeten laten en de basis moeten leggen voor een werkelijk groeibeleid op EU-niveau. Ze hebben daarvoor al een hulpmiddel: de Europa 2020-strategie, die er alleen nog maar om vraagt eindelijk serieus te worden genomen.