We hebben de afgelopen dagen vaak kunnen lezen dat tijd een van de redenen was waarom de schuldencrisis in de eurozone bijna heeft geleid tot het uiteenvallen van de euro. Europese regeringen, Berlijn voorop, hebben lang, veel te lang de tijd genomen om op de besluiten te reageren. En toen ze uiteindelijk reageerden, deden ze dat op hun eigen wijze: ze schaarden zich achter het voorstel van het Frans-Duitse duo.

"Merkozy", het koppel dat zo en soms tegen wil en dank aan het roer kwam te staan, is erin geslaagd zo goed en zo kwaad als het gaat te voorkomen dat het euroschip op de klippen van de crisis liep, voorlopig althans. Hun aanpak van de huidige crisis en toekomstige ontwikkelingen betekenen een overwinning voor de intergouvernementele koers. Behalve Angela Merkel en Nicolas Sarkozy geeft ook Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad en de grote man achter de compromissen tussen lidstaten onderling, de voorkeur aan deze variant. Deze route heeft zo zijn voordelen – er kan sneller, efficiënter en wettig worden gehandeld bij de besluitvorming door staatshoofden en regeringsleiders – maar ook zijn nadelen – het ontbreekt aan transparantie en "kleine" landen worden feitelijk buiten spel gezet.

Bovendien worden gemeenschappelijke instellingen, zoals de Europese Commissie en het Europees Parlement, door deze route ook aan de kant geschoven, waardoor uiteindelijk de hele unie wordt verzwakt. In feite lijkt de EU in de ogen van de publieke opinie uiteindelijk een deel van het probleem te worden in plaats van de oplossing.

Voorzitter José Manuel Barroso mag dan wel een zwaardere rol eisen voor zijn Europese Commissie, te beginnen bij de toezichthoudende functie op het naleven van het nieuwe pact voor de euro, in de ogen van commentatoren en een groot deel van de publieke opinie blijft deze instelling toch lijken op een club niet gekozen bureaucraten die claimen dat ze soevereine lidstaten kunnen dicteren hoe die hun begrotingsbeleid dienen te voeren of zelfs hoe de onvermijdelijk geachte bezuinigingen moeten worden doorgevoerd.

Dat is eigenlijk de voornaamste grens van wat een Europees bestuur geacht wordt te belichamen: ook al genieten eurocommissarissen het vertrouwen van het Europees Parlement, ze worden niet gekozen door burgers maar benoemd door lidstaten. Het feit dat deze directe link ontbreekt, is voor veel Europeanen aanleiding om het democratische mandaat van hun actie opnieuw ter discussie te stellen. Daarom zou het wenselijk zijn om eurocommissarissen te laten kiezen, hetzij direct door burgers of, wat op de korte termijn een realistischere oplossing zou zijn, door en onder de leden van het Europees Parlement.