Is François Hollande het "lievelingetje van Brussel", zoals het linkse dagblad Libération ons verzekert, of eerder een "gevaar" voor Europa, zoals het liberale weekblad The Economist vreest? Eén ding is zeker: de belofte van de Franse presidentskandidaat een Europees groeipact te eisen als hij op 6 mei wordt gekozen heeft een discussie losgemaakt die veel Europeanen wensen. En tevens heeft hij hiermee sommige leiders die tot nu toe door Angela Merkel in bedwang werden gehouden de kans geboden zich uit te spreken.

Toen op 25 april ook Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, de term 'groeipact' gebruikte, kreeg hij bijval van de Duitse bondskanselier. Dat de twee grote voorstanders van een verlaging van de overheidsschuld en meer begrotingsdiscipline de woorden van Hollande overnemen wil echter niet zeggen dat ze het met hem eens zijn. Het betekent veeleer dat beide kampen zich opmaken voor de strijd die de komende maanden geleverd zal gaan worden.

Aan de ene kant François Hollande, met zijn pleidooi voor infrastructurele plannen die worden gefinancierd met Europese obligaties, de zogenaamde 'project bonds', voor een grotere rol voor de Europese investeringsbank, voor belasting op financiële transacties en voor het uitgeven van niet-gebruikte EU-fondsen.

Aan de andere kant Mario Draghi, die nog eens herhaalt dat het begrotingsbeleid van de lidstaten moet worden "onderworpen aan onderling toezicht en waar nodig moet worden bijgesteld", en dat "voor het realiseren van groei om ondernemerschap, vestiging van nieuwe bedrijven en het scheppen van banen te bevorderen structurele hervormingen" noodzakelijk zijn. Ook als "die pijn doen".

Vraag tegenover aanbod, liberale hervormingen tegenover het op keynesiaanse wijze weer op gang brengen van de economie. Onder economen is de discussie niet nieuw maar in de EU was ze vrijwel verdwenen. Wie gaat het winnen? Als Hollande president wordt, brengt hij de verfrissende kijk van de rechtmatig gekozen leider mee die zijn collega's ontberen. Het is echter lang niet zeker dat hij de krachtsverhoudingen in zijn voordeel zal weten om te buigen.

Laten we niet vergeten dat twaalf Europese regeringsleiders nog geen twee maanden geleden al hebben gepleit voor maatregelen om de economie te stimuleren. De hier geschetstegrote lijnen – hervorming van de arbeidsmarkt, openstelling van de dienstensector, enz. – komen echter dichter in de buurt van wat Draghi en Merkel zeggen dan van wat de Franse presidentskandidaat wil.

Wat dat betreft lijkt de toenadering van de Duitse bondskanselier tot Mario Monti sterk op een poging om Hollande te isoleren. Die heeft dus de steun nodig van een andere Europese zwaargewicht, al kan hij wellicht rekenen op een socialistische overwinning bij de komende Nederlandse parlementsverkiezingen.

In de Europese ministerraad lijkt zich een duidelijke keus af te tekenen tussen links en rechts, en dus op de mogelijkheid dat er een echt debat zal worden gevoerd over het sociaal-economische beleid van de Unie. Na twee jaar van crisis, kan een openhartige discussie, of eigenlijk wat meer democratie, geen kwaad.