Ierland heeft ja gezegd tegen het begrotingspactdat afgelopen februari door 25 van de 27 EU-landen is ondertekend om het vertrouwen in de eenheidsmunt en de homogeniteit van de eurozone met strengere begrotingsregels – en enkele sancties – te versterken. Meer monetaire zekerheid in ruil voor het afstaan van wat soevereiniteit aan Brussel.

De opkomst bij de stemming, waartegen geen beroep mogelijk is, was uitzonderlijk laag – slechts iets meer dan de helft van de kiezers is komen opdagen tegen bijna 60 procent tijdens het vorige referendum over het verdrag van Lissabon – hoewel beide kampen intensief campagne hebben gevoerd.

Paradoxaal genoeg sprak juist een van de felste tegenstanders, zakenman en euroscepticus Declan Ganley, waarschijnlijk de meest accurate woorden over het belang van het referendum voor de Ieren, die de twijfelachtige eer hebben de Europeanen met de hoogste particuliere schuld ter wereld te zijn (ruim 41.000 euro per inwoner). "Wat de Ierse kiezers met hun 'ja' hebben willen zeggen, is dat ze nog steeds vertrouwen hebben in de Europese leiders voor het oplossen van de crisis", verklaarde hij.

En vertrouwen is in deze tijd hard nodig, want alles lijkt erop te wijzen dat de situatie in Europa er niet beter op wordt. De werkloosheid heeft de afgelopen maanden nieuwe records gebroken, de crisis in Griekenland vormt nog steeds een bedreiging voor het overeind houden van de euro, en de bankencrisis in Spanje zou er wel eens toe kunnen leiden dat een recordnoodfonds van 300 miljard euro nodig is. En het vereist ook vertrouwen om het economische beleid feitelijk in handen te leggen van instellingen die nu niet direct bekend staan om transparentie en democratie.

De Ieren hebben besloten Europa opnieuw hun vertrouwen te schenken, datzelfde Europa dat hen draconische maatregelen heeft opgelegd om uit de schuldencrisis te komen waarmee de ‘Keltische tijger’ tot zwijgen is gebracht. Europa mag dat vertrouwen niet beschamen.