Wat is er aan de hand in Roemenië? In de ogen van Brussel en van het merendeel van de Europese hoofdsteden misbruikt de regering van Victor Ponta haar macht door haar mensen op sleutelposten in het parlement en bij justitie te benoemen, en door te proberen president Traian Băsescu af te zetten. In de ogen van Roemeens rechts gaat het om een bijna-staatsgreep, die zou kunnen leiden tot een dictatuur. In de ogen van Roemeens links gaat het om een eenvoudig herstel van het machtsevenwicht ten koste van de president, die zijn bevoegdheden heeft overtreden en de regering belet te regeren.

Hoe het ook zij, de recente gebeurtenissen hebben een belang dat verder reikt dan de Roemeense grenzen. Want met 21 miljoen inwoners is Roemenië qua bevolkingsomvang het zevende land van de Europese Unie. Door de afzetting destijds van dictator Ceaucescu is het bovendien een symbool geworden voor de strijd voor de democratie in Europa. En in deze tijd van crisis zorgen de Roemeense problemen ervoor dat het beeld van het huidige Europa nog zwarter wordt dan het al was.

De laatste tijd is vaak de vergelijking met Hongarije gemaakt. Maar terwijl in Boedapest een partij met een overgrote parlementaire meerderheid de teugels van de macht in handen heeft genomen, speelt zich in Boekarest een strijd tussen twee gelijkwaardige kampen af. En terwijl de Fidesz-partij van premier Viktor Orbán een ideologisch programma toepast, lijkt de USL van Ponta vóór alles door opportunisme te worden gedreven bij het zich toe-eigenen van alle (politieke en juridische) macht die de partij maar naar zich toe kan trekken. Maar ondanks deze verschillen is het resultaat hetzelfde: het democratische spel lijkt te zijn ontwricht, wat in strijd is met de waarden waarop de Europese Unie zich baseert.

Deze toestand is een onderkenning van het fiasco van de gok uit 2007, toen Roemenië tot de Europese Unie werd toegelaten, ondanks de achterstand van het land op het gebied van het invoeren van een rechtsstaat die zich kan meten met die van zijn partners. De Europese leiders waren ervan uitgegaan dat de toelating tot de Europese Unie, onder begeleidend toezicht, ervoor zou zorgen dat er vooruitgang werd geboekt. Helaas, de Europese Unie heeft er nu slechts een probleemlid bij, terwijl de Roemenen zich tweederangs-Europeanen blijven voelen, die nog altijd niet mogen toetreden tot de Schengenzone en regelmatig worden onderworpen aan evaluatierapporten, waarin wordt gewezen op de tekortkomingen van hun staat. Een dubbel échec dus, dat het wederzijdse wantrouwen versterkt en de interventie van de Europese Unie in de onderhavige crisis een delicaat karakter geeft.

Het is niet zo dat de Europese Unie nu partij moet kiezen voor het ene of het andere kamp. De Roemeense politieke elites aan beide zijden van het politieke spectrum blijken niet volledig te hebben gebroken met de post-communistische praktijk van autoritaire neigingen en belangenverstrengeling tussen politiek en zakenleven. Uit de harde toon van bepaalde Roemeense tijdschriften blijkt overigens dat de belangen van dezen en genen het politieke toneel overstijgen.

De Europese Unie heeft er terecht op aangedrongen dat het referendum van 29 juli, dat het op non-actief stellen van president Băsescu moet bevestigen of annuleren, zich zal afspelen volgens heldere regels. Want er mag niet vergeten worden dat de regering-Ponta er pas sinds mei zit, nadat de vorige, die werd ondersteund door Băsescu, was verzwakt door de voortdurende demonstraties tegen haar economische en sociale beleid. Er is dus een speler in deze crisis wiens stem nog niet is gehoord, maar wel heel belangrijk is: het Roemeense volk. Dat zal eerst op 29 juli een duit in het zakje mogen doen, en daarna nog eens bij de parlementsverkiezingen die voor november zijn voorzien.

Door de goede afloop van deze stembusgangen te garanderen en door waakzaam te blijven op het punt van het machtsevenwicht kan Europa een bijdrage leveren aan de oplossing van deze crisis. En laten zien dat het zijn waarden weet te verdedigen.