De Turkse steun aan de Vrijheidsvloot die op 31 mei is geënterd door het Israëlische leger, en het recente akkoord dat met Iran en Brazilië is gesloten over kernenergie, hebben Europa er nog maar eens aan herinnerd dat de buitenlandse politiek van Turkije zich niet beperkt tot het geduldig wachten op de dag dat Brussel de deur eens zal open doen. Terwijl ze zich ook richt op het voldoen aan de criteria voor toetreding tot de EU, is Ankara al jaren bezig met het ontwikkelen van een dynamische diplomatie in het Midden-Oosten. Deze politiek, die als ‘neo-ottomaans’ wordt bestempeld, heeft als doel de invloed van Turkije in het voormalig Ottomaanse rijk te herstellen. Hiervoor ziet Ankara er geen been in om haar betrekkingen met Israël, lange tijd haar beste bondgenoot in de regio, op het spel te zetten. Dit land raakt steeds meer in een isolement en neemt steeds meer unilaterale initiatieven die een min of meer rampzalige uitwerking hebben.

Van Europese kant heeft de aanval tegen de Mavi Marmara een voor Europese begrippen zeldzame unanieme reactie opgeroepen. De Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Catherine Ashton heeft om een internationaal onderzoek gevraagd. Binnen de EU beleven landen die een groot deel van hun geschiedenis met elkaar in oorlog waren nu een periode van vrede en welvaart die nog niet eerder is voorgekomen. Het is zelfs zo dat de Europanen zich een onderling conflict vandaag de dag niet meer kunnen voorstellen. Terwijl Europa nu, en de economische crisis is daar met name debet aan, eerder geneigd is om de blik naar binnen te richten, is misschien juist het moment aangebroken om zich moedig moet tonen en een initiatief te nemen dat alles ingrijpend zou wijzigen, zowel binnen de Europese grenzen, als in het Midden-Oosten en daarbuiten : een voorstel doen tot volledige EU-toetreding van zowel Turkije als Israël, binnen vijf jaar. “L’intendance suivra”, zoals generaal De Gaulle ooit zei: de materiële invulling zal wel volgen. Gian Paolo Accardo