Het ontslag van de Maltese Eurocommissaris voor Gezondheid en Consumentenbescherming John Dalli, die ervan wordt beschuldigd pogingen tot omkoping door een Maltese lobbyist niet te hebben gemeld, zou voor de Europese instellingen een mooie aanleiding kunnen zijn geweest om te bewijzen dat ethiek en transparantie, waaraan het hen volgens veelvuldige verwijten zou ontbreken, heel goed samengaan.

In de wending die de zaak nu neemt lijkt echter precies het tegenovergestelde te gebeuren. Naast het feit dat er onregelmatigheden geconstateerd zijn in de manier waarop het rapport door de Commissie aan het comité van toezicht van OLAF (het antifraudebureau van de EU) is overhandigd, weigert de Commissie het rapport van het antifraudebureau aan het Europees Parlement te overhandigen, met als argument dat het op dit moment in handen is van de procureur-generaal van Malta. Die verklaarde op een vraag van onze collega van EUobserver dat hij het rapport niet openbaar kan maken "zolang het onderzoek nog niet is afgerond". Maar volgens een woordvoerder van OLAF kan de voorzitter van de Commissie, José Manuel Barroso, de terughoudendheid van de Maltese justitie negeren als dat om gewichtige redenen van algemeen belang noodzakelijk of wettelijk vereist is.

Het is gerechtvaardigd om te menen dat die redenen inderdaad aanwezig zijn, temeer omdat het ontslag van Dalli kwam op een moment dat hij werkte aan een ander gevoelig onderwerp – aanscherping van de antitabakswetgeving – en hij de machtige tabakslobby ervan beschuldigt hem in de val te hebben gelokt. Het rapport van het OLAF werd op 15 oktober aan Barroso overhandigd; die verzocht Dalli de volgende dag om zijn ontslag in te dienen. Het ware wenselijk dat de voorzitter van de Europese Commissie en zijn instellingen net zoveel haast maken met zo groot mogelijke transparantie.