Duizend miljard euro. Dat is wat belastingontduiking volgens de Europese Commissie de EU ieder jaar kost. Het bedrag staat ongeveer gelijk aan het halve bbp van Italië. En het is voldoende om de Cypriotische economie wel zestig keer te redden. Nu de Europeanen gevraagd wordt de buikriem aan te halen en 26 miljoen van hen werkloos zijn, geeft dit bedrag stof tot nadenken.

Met het onderzoek naar belastingparadijzen dat door het International Consortium of Investigative Journalists gevoerd wordt – en dat een dezer dagen door een dertigtal bladen overal ter wereld gepubliceerd zal worden -, maakt het grote publiek kennis met de populairste mechanismen voor belastingontduiking en met de namen van enkele tienduizenden, vooral Europese, gebruikers ervan.

Een fenomeen waar we sinds de liberalisering van het geldverkeer, aan het einde van de jaren tachtig en begin jaren negentig mee te maken kregen, toen de eerste grote politiek-financiële schandalen aan het licht kwamen. Op dat moment leerde het grote publiek dat er landen bestaan – vooral in het Caribische gebied – die hun bestaansrecht alleen lijken te ontlenen aan het aanbieden van een plek voor het verbergen van geld voor de fiscus.

Het fenomeen staat dankzij de bankencrisis op Cyprus weer volop in de belangstelling. En eens te meer worden de Europeanen gewezen op de noodlottige gevolgen van het ontbreken van fiscale harmonisatie.

Hoewel een voordelig fiscaal beleid in diverse landen, zoals Cyprus en Ierland, voor een bloeiperiode zorgde die hun economische structuur ze niet had kunnen bieden, stimuleerde dat beleid echter ook een massale kapitaalvlucht die de belastingdienst in de landen waar dat kapitaal gegenereerd werd, met lege handen achterliet. Een fiscale concurrentie die, terwijl de lidstaten worstelen met begrotingen, grote staatsschulden en steun voor groei, de eenheid van de EU zelf bedreigt.

Iedere keer dat de kwestie weer de kop opsteekt, wordt het idee voor fiscale harmonisatie binnen de Unie opnieuw van stal gehaald… en onmiddellijk weer van tafel geveegd. In 2010 richtte belastingcommissaris Algirdas Šemeta al een actiegroep op, maar de weerstand van sommige lidstaten lijkt onoverkomelijk: het fiscale instrumentarium is in feite een van de laatste onderdelen van het economische beleid waarover ze vrijelijk kunnen beschikken, en daar willen ze niet graag afstand van doen. Ook al betekent dat dat ze met lede ogen moeten toezien hoe de miljarden vertrekken naar een gunstiger belastingklimaat.

Zou een geharmoniseerd stelstel een eind maken aan de belastingvlucht? Zeer waarschijnlijk niet. Een dergelijk stelsel zou vergezeld moeten gaan van een repressiever beleid ten opzichte van de Europese banken die de trek naar offshore belastingparadijzen stimuleren en faciliteren, en van bilaterale verdragen met de paradijzen over samenwerking met de autoriteiten van de ‘leeggeroofde’ staten.

Maar gezien het aantal politieke leiders, of hun geldschieters, dat in het “Offshore Leaks”-onderzoek wordt genoemd is er helaas niet veel reden tot optimisme.