Boze tongen zullen beweren dat Duitsland weer van zich afbijt. Het hoofdstuk van de crisis op Cyprus, waarin Duitsland er wederom van werd beschuldigd dat het de landen in Zuid-Europa reddingsplannen tegen draconische voorwaarden probeerde op te leggen, is nog niet afgesloten of het Duitse debat over de zogenaamde roekeloosheid van de zuidelijke lidstaten wordt nieuw leven ingeblazen door een onderzoek van de Europese Centrale Bank. Daaruit zou blijken dat Duitsers “het armste volk van Europa zijn”, met een gemiddelde welvaart die lager is dan die van Spanjaarden, Italianen en zelfs Grieken of Cyprioten.

Meer had Der Spiegel niet nodig om als kop boven een artikel te zetten: “De leugen van de armoede. Hoe de noodlijdende Europese lidstaten hun vermogen verborgen houden", met daarbij een foto van een oude man op een ezel die bankbiljetten om zich heen strooit. "Is het rechtvaardig om de euro te redden als de inwoners van ontvangende landen rijker zijn dan de burgers van landen die geven?" vraagt het weekblad zich af en het voegt eraan toe dat "het veel te lang heeft geduurd voor eindelijk over een herverdeling van de lasten wordt gepraat”.

Der Spiegel gaat echter verder dan de gebruikelijke strijd vol clichés, die zowel in Noord- als in Zuid-Europa welwillend in stand wordt gehouden, en werpt de cruciale vraag op of Duitsland de reddingsmechanismen in de eurozone opnieuw ter discussie gaat stellen. Die vraag is echter gebaseerd op een misvatting. Ook al draagt Duitsland meer bij dan andere lidstaten om de noodlijdende landen er weer bovenop te helpen, het land staat daarin niet alleen en draagt ook niet onevenredig veel bij. De huidige reddingsplannen en het Europees Stabiliteitsmechanisme worden door de lidstaten gefinancierd op basis van hun inwonertal en nationale welvaart. Duitsland is de rijkste lidstaat van de EU en heeft de meeste inwoners, dus is het logisch dat het land meer dan andere, maar wel evenredig, betaalt aan de solidariteit die in 2010 in het leven is geroepen.

Die solidariteit – ook wel aangeduid met de kille term “transferunie” – is voor Duitsland echter niet vanzelfsprekend. Het land beroept zich op de Europese verdragen (die nu grotendeels worden omzeild) en het argument dat het inkomen van mensen die hard werken en zich aan de regels houden niet moet worden gebruikt om de gebreken te compenseren van mensen (in het Zuiden) die hun financiën slecht beheren en van hun regering. De simpelste conclusie wordt getrokken door Alternative für Deutschland, een nieuwe partij die ervoor pleit om uit de euro te stappen en die in de aanloop naar de verkiezingen in september aanstaande zeker van zich zal laten horen.

Het onderzoek van de ECB versterkt hun argument door te stellen dat de Duitsers, die zich het strengst opstellen en van wie het meest wordt gevraagd, ook het armst zijn. De toegepaste methode is echter discutabel, omdat meer rekening wordt gehouden met vermogen dan met inkomen. Uit het onderzoek blijkt ook – wat niemand zal verbazen – dat het gemiddelde en middeninkomen in Duitsland hoger ligt dan in de meeste andere Europese landen. Wat wordt aangetoond is in feite alleen maar dat Duitsers hun geld anders beheren en met name minder vaak een eigen huis hebben.

Wat we dus zien is een Europa dat is verdeeld in min of meer welvarende landen en landen die in grote moeilijkheden verkeren; in landen waar massawerkloosheid heerst en landen waar de werkloosheid binnen de perken blijft; in landen waar jongeren wegtrekken en landen waar jongeren hun geluk komen beproeven; in landen waar de inwoners bezit maar nauwelijks inkomen hebben en landen waar goederen en diensten voor de meeste mensen toegankelijk blijven.

Moeten we daar nog een verdeling in goede en slechte landen aan toevoegen? Uit moreel oogpunt bezien, zoals sommige noordelijke landen voorstaan, niet. Uit oogpunt van de verdeling van welvaart, van het bestrijden van corruptie of van inefficiënte regeringen, verdient de discussie het echter zeker om gevoerd te worden. In het Noorden maar ook in het Zuiden.