Je zou haast gaan terugverlangen naar Javier Solana, de ongrijpbare Hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de EU. Die dook ten minste zo nu en dan op bij internationale ontmoetingen of wist persconferenties die uitblonken door wollig taalgebruik te 'verlevendigen'. Ruim drie maanden geleden werd de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) in het leven geroepen om de Unie naar buiten toe één stem te geven, maar buitenlandvertegenwoordiger Catherine Ashton schittert door afwezigheid. Afwezig, of gepasseerd door de andere Europese leiders, in de roerige Arabische wereld; afwezig in Japan; afwezig in Libië, afwezig in Lampedusa. Wat moet er gebeuren voor mevrouw Ashton en de EDEO zich eindelijk laten zien? Moet de oorlog in haar achtertuin uitbreken? Moet het Verenigd Koninkrijk worden binnengevallen?

Intussen handelen de lidstaten, die mevrouw Ashton overigens hebben benoemd om precies dat te doen wat ze op dit moment doet, elk uit eigenbelang: Groot-Brittannië en Frankrijk door een gezamenlijk leger te vormen en de goedkeuring van de VN te vragen voor hun optreden tegen het Libië van Moammar Kadhaffi, en Frankrijk daarnaast ook door militaire steun te verlenen aan de troepen van Alassane Ouattara in Ivoorkust, om slechts enkele recente voorbeelden te noemen.

Het komt er dus op neer dat het geld van de Europese belastingbetaler met de EDEO uit het raam wordt gesmeten. De 570 miljoen euro die er jaarlijks mee gemoeid gaat, en die wordt gebruikt voor burgerlijke, militaire en humanitaire doelen maar waar we nog nooit over hebben gehoord, had heel wat zinvoller kunnen worden besteed. Weinig doortastend en zonder een stem te laten horen houdt de EDEO zich bescheiden op de achtergrond ten gunste van hoofdsteden die uitsluitend voor zichzelf spreken. Gebrek aan doortastendheid behoorde echter niet tot de beginselen die door de grondleggers werden uitgedragen, Lady Ashton!

Welnu, of de EU accepteert deze beperking en past zich aan – met andere woorden, ziet af van een buitenlandbeleid dat die naam waardig is, of ze weigert dat en slaat een andere richting in. Het spoor van de trein die de Europese diplomatie tot nu toe heeft genomen leidt nergens heen. Zou de machiniste, gezien haar gebrek aan moed, initiatief en voortvarendheid, de bedieningshendel, niet beter kunnen overgeven aan iemand met meer bezieling? Zitten er misschien vrijwilligers in de zaal?