Na het vertrek van Dominique Strauss-Kahn, in New York aangeklaagd voor seksueel misbruik, als topman van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), is de grote vraag wie hem moet opvolgen. Sinds de oprichting van het IMF in 1945 komt de functie van algemeen directeur een Europeaan toe, net zoals die functie bij de Wereldbank altijd door een Amerikaan werd bekleed. Een gentlemen's agreement die gerechtvaardigd werd door het economische gewicht dat de twee blokken in de schaal legden. Volgens sommigen is dat echter niet langer het geval vanwege het groeiende belang van de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) en het politieke en economische verval van Europa. Zou de tijd rijp zijn het stokje over te geven? Er gaan immers vele stemmen op om kopstukken uit Zuid-Afrika, Singapore of zelfs Israël en China te steunen.

Deze pretentie is legitiem omdat de opkomende landen bij internationale instellingen ondervertegenwoordigd zijn: bij het IMF bijvoorbeeld, beschikken de BRICS-landen over slechts 11,06 procent van de stemmen terwijl ze bijna 20 procent van het wereldwijde bbp vertegenwoordigen. Europa beschikt zelf over 35,6 procent van de stemmen, en vertegenwoordigt 30 procent van het wereldwijde bbp (de Verenigde Staten hebben 16,8 procent van de stemmen voor bijna 30 procent van het wereldwijde bbp). Hoewel de verhouding stemrecht/economisch gewicht dus voor de BRICS-landen zeer onrechtvaardig is en een hervorming daarom wenselijk, blijft het een feit dat Europa de invloedrijkste speler bij het IMF is.

Er is dus geen enkele reden waarom Europa zou moeten afzien van een strijd om het behoud van deze o zo strategische post, vooral op het moment waarop een aantal landen om hulp hebben gevraagd of daarover in onderhandeling zijn. Maar ook daarvoor zal, Europa, alweer, met één stem moeten spreken en de kandidaat (of kandidate) moeten voorstellen die zijn belangen het best behartigt. Als Europa bovendien wil voorkomen dat het IMF opnieuw de funeste bewaker van de neoliberale leer wordt, dan is het van het grootste belang dat deze kandidaat over voldoende fijngevoeligheid en creativiteit beschikt zodat de pillen die hij moet toedienen minder bitter lijken dan ze zijn.