Al sinds de opkomst van het Russische rijk als continentale macht ten tijde van Peter de Grote vraagt Europa zich af: hoe moet je omgaan met deze grote en geduchte buur, die zo vaak vreest zijn hegemonie te verliezen, nogal zuinig is met geruststellende gebaren en af en toe het slachtoffer wordt van zijn koortsachtige aandrang om oorlog te voeren?

Een jaar geleden vielen Russische troepen binnen in Georgië onder het mom dat ze de Russische bevolking moest verdedigen tegen Zuid-Ossetië, dat zichzelf had uitgeroepen tot republiek. Afgelopen mei boycotte Rusland de gesprekken over een Oostelijk Partnerschap tussen de Europese Unie en zes voormalige Sovjetrepublieken, onder het voorwendsel dat de Europese Unie de wens had om nieuwe 'scheidslijnen' in Europa te trekken. Onlangs dreigde premier Vladimir Poetin nog met een gewapend conflict als een van de staten het in zijn hoofd zou halen om de onafhankelijkheid van de pro-Russische afgescheiden gebieden aan te tasten. Zo oefent Moskou minstens eenmaal per jaar zijn vetorecht uit bij het overleg tussen de NAVO en Rusland, of bij de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), waarbij steevast wordt verklaard dat als Rusland tegenwerking ondervindt, de gaskraan dicht gaat.

De Europese Unie lijkt wat onzeker tegenover Moskou of reageert verdeeld. Europa wordt heen en weer geslingerd tussen de noodzaak om goede relaties te onderhouden in verband met haar eigen veiligheid, de vitale behoefte aan gas om zich aan te warmen en de behoefte om misbruik en misdaden aan de kaak te stellen, en zwoegt op het voeren van een helder en daadkrachtig beleid. Alsof het zich op fatalistische wijze de analyse van Winston Churchilleigen maakt: Rusland is een ‘raadsel, omhuld door een geheim dat in een mysterie zit'. Toch heeft Rusland – net als China – liever te maken met vastberaden gesprekspartners, zelfs al zijn ze vijandig, dan met aarzelende gesprekspartners. Moet de Europese Unie dan af en toe maar eens een hoge toon aanslaan tegen Moskou? Het antwoord is ja, als dat nodig is. Daar wint de Unie alleen maar meer respect mee. I.B.G.