De Nord Stream-pijpleiding die de Russische gasvelden met Duitsland verbindt, wordt vandaag op 8 november in gebruik genomen. Volgens Le Monde wordt hiermee “een nieuwe fase in de strategie van Gazprom" gemarkeerd: het bedrijf "wil enerzijds met de Europeanen samenwerken en anderzijds zijn belangrijke rol in de levering van gas aan het oude continent nog verder versterken”.

Het dagblad meent dat de Nord Stream-pijpleiding, die is aangelegd door de Russische gasgigant Gazprom en een aantal grote Europese concerns (E.ON, BASF, GDF Suez, Gasunie), een buitengewoon politiek project is. Immers, "het tracé van de pijpleiding vormt op zichzelf al een daad van wantrouwen aan het adres van Polen en de drie Baltische staten: dat de gasleiding onder de Oostzee loopt, is een bewuste kleinering van deze vier EU-lidstaten".

Gazprom maakt tevens deel uit van het Europees-Russische consortium South Stream, dat Oekraïne links laat liggen. Het bedrijf "slaagt er [dan ook, red.] niet in zich te ontdoen van het imago dat het heeft opgebouwd als gewapende arm van Rusland", aldus Le Monde.

Toch, zo stelt Newsweek Polska, heeft de Russische premier Vladimir Poetin "het bij het verkeerde eind als hij denkt dat hij de Europese politiek kan dicteren via de pijpleiding die onder de Oostzee loopt. Het is juist het Westen dat dankzij Nord Stream invloed zal krijgen op het beleid van het Kremlin. Waarom? Omdat zowel de Duitse als de Russische ondernemingen slechts één doel voor ogen hebben: "de Europese gasmarkt beheersen". Gazprom heeft, zo schrijft het weekblad, ambitieuze en verstrekkende plannen. Het wil de Franse en Britse markt veroveren en via de geplande South Stream-pijpleiding gas aan Oostenrijk en de Balkanlanden leveren. Daardoor zal Rusland echter steeds meer "afhankelijk worden van de samenwerking met het Europese bedrijfsleven" en bereid zijn, al is dat met tegenzin, om zich naar de regelgeving van de EU te voegen.