Cover

Eindelijk”, kopt De Standaard: op 6 december zal de regering Di Rupo I de eed afleggen, na 540 lange dagen onderhandelen en crisisberaad. In een commentaar betreurt de krant het feit dat de regering “nauwelijks verschilt van de vorige [...] Bij de negen Franstalige regeringsleden is er maar één nieuweling: premier Elio Di Rupo”. Maar het voordeel van “al die oudgedienden” is dat ze “een pak ervaring” hebben, aldus de krant.

De Morgenstelt tevreden vast dat de Belgen niet meer “aan niet-Belgen het onbegrijpelijke hoeven uit te leggen: dat zoveel energie verloren ging aan een veel te emotioneel geladen taalconflict in het hart van Europa”. Wat betreft de premier, “de verwachtingen over premier Di Rupo zijn op zijn zachtst gezegd niet hooggespannen” want hij is “de man die het meest op de rem zal staan wanneer dit land sociaaleconomisch hervormd moet worden”, aldus De Morgen.

Aan Franstalige kant deelt La Libre Belgique de mening van De Standaard, en kijkt Le Soir met “hoop doch realiteitszin” uit naar de regeringsploeg die uit twaalf ministers (zes Nederlandstaligen en zes Franstaligen) en zes staatssecretarissen bestaat en waarin liberalen oververtegenwoordigd zijn.

Eerste reactie: een enorme zucht van opluchting dat België eindelijk uit de grootste crisis van de geschiedenis is gekomen. Maar bij nader inzien een punt van irritatie: hoe kan het dat ze twintig uur hebben gedaan over het verdelen van achttien ministersposten? [...] moeten we deze dertien mannen en zes vrouwen die het land gaan hervormen er nogmaals op wijzen dat de tijd dringt? Tweeëneenhalf jaar is zeer weinig om de overheidsfinanciën op orde te brengen, ons sociaal-economisch model aan te passen aan de werkelijkheid van de 21e eeuw en de staatshervorming door te voeren. Als er voor elk besluit een of een paar nachten moet worden onderhandeld in de regering Di Rupo, dan is zij gedoemd te mislukken”.