**“Is de Tsjechische Republiek opnieuw op weg een 'niemandsland' te worden?” vraagt Tomás Sedláèek zich af in Hospodárské noviny. Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk zijn de enige twee landen die op 2 maart het Europese begrotingspact niet hebben ondertekend. De econoom constateert dat zijn land maar weinig enthousiasme kan opbrengen voor een grotere Europese integratie. Daarmee toont het aan over een “gebrekkige visie te beschikken als het gaat om de economie, de staat en Europa.”

Het standpunt van premier Petr Necas, dat erop neerkomt dat het begrotingspact ons geen enkel voordeel oplevert, is een terugkeer naar een trieste opstelling tegenover de Unie: die van nemen en niets geven”, betreurt Tomáš Sedláèek. Hij merkt op dat “Tsjechoslowakije en de twee staten die daar uit zijn voortgekomen na 1989 maar één belangrijke prioriteit hebben gekend: het vertrek uit de 'zone' – of wat daarvan over was – na het uiteenvallen van de USSR. We zijn juist lid geworden van de OESO, de NAVO en de Europese Unie, om duidelijk aan te geven tot welk kamp we behoorden.

Niet iedereen is deze mening toegedaan. Een andere econoom in Hospodárské noviny meent dat het Tsjechische “nee” tegen de Europese begrotingsregels geen enkel risico voor het land met zich meebrengt. Volgens de econoom Pavel Kohoutlost het verdrag geen van de problemen op die te maken hebben met de eurocrisis.” Het kan daarentegen wél “helpen bij het verwezenlijken van de harmonisering van de Europese begrotingen.” Zo'n harmonisering zou Frankrijk en Duitsland wel ten goede komen, maar zou zeer schadelijk zijn voor de Tsjechische concurrentiekracht. “Braaf meelopen met de groep betekent het boeten voor de fouten van anderen, bijvoorbeeld die van Franse of Duitse bankiers. Alleen de landen die stampei maken zullen iets bereiken”.

De minister van Buitenlandse Zaken, Karel Schwarzenberg, die het begrotingspact verdedigt, heeft gewaarschuwd dat de Tsjechië “hard op weg is naar de periferie van de Europese Unie”. Maar hij denkt ook dat het land nog van mening zou kunnen veranderen en in een later stadium zijn handtekening onder het pact zou kunnen zetten.**