Cover

Twintig jaar geleden, op 6 april 1992, begonnen “paramilitaire eenheden en het Joegoslavische Volksleger (JNA) het omsingelde Sarajevo te beschieten. Het was de dag waarop de Europese Unie en de Verenigde Staten de onafhankelijkheid van Bosnië-Herzegovina erkenden”, roept Delo in herinnering. Het Sloveense dagblad benadrukt dat “de voorbereidingen voor de oorlog al veel eerder waren begonnen”, maar dat degenen die het conflict hadden voorspeld, door niemand serieus waren genomen. Het begin van de belegering van de Bosnische hoofdstad markeert “de dag waarop Europa in Sarajevo is gestorven”, meent Delo, dat voor deze gelegenheid zijn kolommen heeft opengesteld voor de Bosnische schrijver Dzevad Karahasan. Hij schrijft:

Bosnië-Herzegovina bevindt zich nog altijd in een ernstige crisis, omdat de Dayton-akkoorden [die in december 1995 een einde aan de oorlog maakten] een staatsstructuur hebben opgelegd die niet levensvatbaar is, noch vanuit juridisch, noch vanuit logisch perspectief. En toen internationale en locale bureaucraten probeerden die structuur te wijzigen, werd hen dat onmiddellijk verboden, omdat daardoor het evenwicht en de vrede verstoord zouden worden. De enige vrede in Bosnië is die van de kerkhoven.

Van zijn kant wijdt het dagblad Dnevni Avaz uit Sarajevo meerdere pagina's aan de plechtigheden ter herinnering aan “de agressie tegen Bosnië-Herzegovina van twintig jaar geleden”. Er wordt vooral veel aandacht besteed aan de “rode lijn” van 11.541 stoelen van dezelfde kleur, die op deze zesde april langs de Tito-boulevard staan opgesteld ter herinnering aan de inwoners van de stad die tijdens de oorlog omkwamen. Het dagblad merkt op dat op deze dag ook twee andere gebeurtenissen worden herdacht: “de stichting van Sarajevo, 550 jaar geleden, en de bevrijding van het fascisme, 67 jaar geleden”.

Het vooruitzicht op toetreding tot de Europese Unie zou Bosnië ertoe zou kunnen brengen de jongste bladzijde uit zijn geschiedenis om te slaan. Maar de weg daarheen is lang niet makkelijk, zoals Die Presse onderstreept. In een redactioneel commentaar, getiteld “De Europese Unie en de Bosnische schizofrenie”, stelt het Weense dagblad dat de Europese Unie naar haar wortels moet terugkeren en zich moet profileren als vredesproject. Maar op dit ogenblik onderscheidt de EU zich vooral door desinteresse voor wat zich in Bosnië afspeelt:

De Europese Unie heeft de Bosnische politici te kennen gegeven dat hun land niet zal kunnen worden toegelaten met de ingewikkelde structuur zoals die door de internationale gemeenschap in Dayton is bedacht. Maar het probleem is dat er geen interne overeenstemming in Bosnië bestaat over een andere structuur.

In Madrid onderstreept El País dat de oorlog pas echt afgelopen zal zijn op de dag dat Bosnië-Herzegovina zal toetreden tot de Europese Unie:

Bosnië-Herzegovina heeft geen nationaal feest, want de politici kunnen het niet eens worden over een geschikte datum. [...] Het land is nog altijd in tweeën verdeeld. [...] Een dubbele regering en het volledig ontbreken van een bindend nationaal sentiment typeren vandaag de dag een land dat zijn wonden heeft gelikt maar nog niet aan verzoening is toegekomen.