Cover

Waar waren we gebleven”? Dat vraagt weekblad Revista 22 zich af in een hoofdredactioneel commentaar. Afgelopen maand kwam de Roemeense politiek in het teken van twee grote schandalen te staan. Allereerst raakte oud-premier Adrian Năstase vorige week zwaargewond toen hij zich van het leven probeerde te beroven nadat hij schuldig was verklaard voor de verduistering van 1,5 miljoen euro. En een paar dagen later kondigde een ethische commissie van de de universiteit van Boekarest aan een onderzoek te willen starten naar de beschuldigingen van plagiaat in het proefschrift van huidig premier Ponta, bijgenaamd 'premier knippen-en-plakken'.

Hoewel een justitiële procedure van acht jaar voorafging aan de veroordeling van Năstase, tekent het volgens Revista 22 een maatschappelijke kentering. “De kersverse minister-president en zijn nieuwe of oude partijgenoten gaan uit van de hypothese dat de huidige samenleving net zo dociel is als tien jaar geleden. Maar dat is niet zo”, waarschuwt het politieke weekblad dat niet onder stoelen of banken schuift de kunstwereld, die langzaam in opstand lijkt te komen tegen de politieke elite, te steunen. Vorige week uitten intellectuelen en kunstenaars openlijk hun ongenoegen nadat het Roemeense instituut voor cultuur onder toezicht van de senaat was geplaatst en Ponta’s kabinet de directeur had ontslagen.

De inwerkingstelling van de wet en de reacties van de verschillende burgergemeenschappen zijn de twee mechanismen die een moderne, verantwoordelijke en werkelijk representatieve politieke klasse in Roemenië teweeg zal brengen. Het heeft ons 22 jaar gekost om dit te bereiken en het zal nog een paar jaar duren om dit te consolideren. Maar we zijn op de goede weg.