Europa wordt “in de gaten gehouden door Chinese piraten”, schrijft Libération, op basis van informatie van Bloomberg. Het Amerikaanse persbureau heeft onthuld dat een groep Chinese internetspionnen het afgelopen jaar talloze instellingen en ondernemingen is binnengedrongen. De spionnen zijn opgespoord door een **Amerikaans collectief van universiteiten, bedrijven die het slachtoffer zijn geworden van de Chinese spionage en deskundigen op het gebied van de elektronische veiligheid.

Deze groep spionnen, die door de Amerikaanse geheime diensten “Byzantine Candor” is gedoopt en verbonden is met het Chinese leger, heeft vooral Europese instellingen geïnfiltreerd, aldus het Franse dagblad:**

Op één van de hoogtepunten van de eurocrisis, in juli vorig jaar, is een groep Chinese spionnen van afstand de computers van de Europese Raad binnengedrongen. Niet één, maar vijf keer. Handelend in opdracht van China hebben de hackers zich onder meer meester gemaakt van de email van Herman Van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad […] Naast de Europese Raad zijn minstens twintig ondernemingen het slachtoffer geworden van Byzantine Candor […] Het merendeel van deze bedrijven beschikt over gegevens of over innovaties waar Chinese ondernemingen hun voordeel mee kunnen doen, aldus Bloomberg.

Libération voegt eraan toe dat een jaar of tien geleden “de slachtoffers meestal wapenfirma’s waren, dikwijls van Amerikaanse herkomst […] Maar vandaag de dag is niemand meer veilig”.

De strijd tegen de cyberspionage wordt dus een prioriteit Europa. Vooral in Spanje, dat – volgens El País– “een van de landen is die het hardst worden getroffen door hackers, tienduizenden keren per jaar”.

Het Spaanse dagblad legt uit dat een nationaal centrum voor computerveiligheid, gefinancierd door de Europese Commissie, in september het levenslicht zal zien en gevestigd zal worden aan de vrije universiteit van Madrid. Het zal het derde in zijn soort zijn binnen de Europese Unie, na Montpellier (Frankrijk) en Dublin (Ierland).

Eén van de ondernemingen die zijn belast met de oprichting van het centrum, CFLabs, staat onder leiding van Matías Bevilacqua, “een informaticus die is beschuldigd van de aankoop en verkoop van vertrouwelijke gegevens […] en die gevoelige informatie van bijna alle staatsinstellingen heeft gemanipuleerd en verkocht”. Een lastige situatie, volgens El País, aangezien op die manier “een hacker in het centrum van een gevoelig overheidsproject” is geplaatst.