Teneinde een rechtszaak te voorkomen heeft de Engels-Nederlandse oliemaatschappij Shell besloten 15,5 miljoen dollar (11 miljoen euro) te betalen aan de nabestaanden van de negen activisten, waaronder de Nigeriaanse schrijver Ken Saro-Wiwa, die in 1995 door het Nigeriaanse regime ter dood waren gebracht. Shell werd verdacht van medeplichtigheid aan de executie van de activisten.Volgens Trouw valt het te betreuren dat er tot een schikking is besloten omdat we op deze manier nooit achter de waarheid zullen komen wat betreft de medeplichtigheid van Shell: “De rol van Shell […] is nooit echt duidelijk geworden”. Wat op het eerste gezicht een gunstige uitkomst lijkt te zijn, is eigenlijk verkeerd: “Een proces […] zou de gemoederen in de regio hebben doen oplaaien. Zo bezien lijkt een schikking voor alle partijen een fraaie bezegeling. Daar staat tegenover dat het een uitgelezen kans was om enig inzicht te krijgen op de gedragingen van een multinational in een kwetsbaar gebied. De verdenkingen liegen er niet om. En waar het om medeplichtigheid aan moord gaat, is het principeel zelfs onjuist de zaak te schikken”. Bovendien is de krant verontwaardigd over het feit dat de zaak niet in Nederland plaatsvond, de thuisbasis van Shell.