Na de ophef deze zomer over de ontmanteling van Roma-kampen, probeert de regering de gemoederen weer wat te kalmeren”, schrijft Le Monde. Het uitzettingsbeleid van Roma, voornamelijk Roemenen en Bulgaren, zorgde met name voor veel kritiek omdat de socialistische regering voor dezelfde weg koos als de voormalige rechtse regering. Het kabinet-Hollande probeert nu een wat soepeler houding aan te nemen en belooft, in antwoord op de belangrijkste eis van belangenverenigingen om de precaire situatie van de 15 duizend Roma in Frankrijk te verbeteren.

De overgangsregeling die de toegang tot de arbeidsmarkt beperken voor Roemenen en Bulgaren – waarvan de meesten Franse Roma zijn – worden opgeheven. Dit betekent het einde van de verplichte werkvergunning, van een heffing voor de werkgever, en van een beperkte lijst met geoorloofde beroepen.

Deze overgangsregeling, die nog steeds van kracht zijn in Duitsland, Oostenrijk, België, Frankrijk, Nederland, Malta, Verenigd Koninkrijk en Luxemburg, werd op initiatief van een aantal lidstaten opgesteld om te voorkomen dat de arbeidsmarkt overspoeld zou worden met goedkope arbeiders en is van toepassing op alle werknemers uit Bulgarije en Roemenië (waarvan naar schatting 10 procent Roma is) die in de EU willen werken.

Of het besluit van de Franse regering iets aan de situatie van Roma zal veranderen, moet nog blijken. Le Monde vroeg het aan een deskundige uit Spanje, waar de overgangsmaatregelen al zijn opgeheven.

Voor sommigen werkte het opheffen van de beperkingen als een “normalisatie” legt de hoogleraar uit. Maar voor anderen “bleven de werkgevers ze illegaal in dienst houden”, er wordt tenslotte maar weinig gecontroleerd. De opheffing van de overgangsmaatregelen in Frankrijk zou dus “niet veel veranderen voor degenen die het het moeilijkst hebben”, denkt hij. Maar het zou wel meer mogelijkheden scheppen voor “diegenen die een gezin moet onderhouden”.