Het Hooggerechtshof van Kiev handhaaft hetvonnis in eerste aanleg in de zaak tegen voormalig premier Joelia Timosjenko. Zij werd in oktober vorig jaar veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf en een boete van € 150 miljoen. Volgens de aanklacht zou ze bij een gasdeal die ze in 2009 met Rusland sloot, misbruik hebben gemaakt van haar positie. “Het maakt een eind aan alle illusies”, schrijft Gazeta Wyborcza, en het “bewijst overduidelijk” dat de autoriteiten in Kiev Timosjenko de komende jaren, en vooral tijdens de parlementsverkiezingen in oktober, in de gevangenis willen houden. De voormalig premier zal geen gratie krijgen en een compromis met de huidige machthebbers zit er ook niet in. De regering heeft in feite al openlijk de oorlog verklaard aan de oppositie, met alle trieste gevolgen van dien, inclusief de destabilisatie van het land. De krant uit Warschau schrijft verder:

Dit zal van het Oekraïense politieke toneel een vuurgevecht maken. De resultaten zijn al duidelijk zichtbaar. De betrekkingen tussen Oekraïne en de EU zijn bevroren. Er is geen hoop dat de associatieovereenkomst die het land met het Westen zou verbinden, snel geratificeerd en geïmplementeerd wordt. Kiev zit op de wip tussen Rusland en Europa. Oekraïne hervormt zichzelf niet en is bezig zijn leidende positie onder de voormalige Sovjetlanden te verliezen op het gebied van democratie, pluralisme en persvrijheid.

In Parijs stelt Les Echos op ironische toon vragen bij de onwrikbare positie van Europa:

Ondanks de vaststaande feiten […] beschikt de EU blijkbaar over onweerlegbare bewijzen voor de onschuld van de voormalige “gasprinses”. Hoe kan het anders dat er gesproken wordt over een “politiek proces”? Hoe kunnen we het Oekraïense volk anders de rug toekeren? Zij willen het land alleen maar openstellen voor Europa. En aangezien Oekraïne een even kwetsbare als strategische geopolitieke positie beschikt, zouden we het land net zo goed kunnen inzetten als verbindende factor met Rusland.

Les Echos vreest dat de EU zich zal verzetten en “durft erop te wedden dat de onbuigzaamheid van de rechters in Kiev het Europees Hof voor de Rechten van de Mens er niet van zal weerhouden iets teveel rekening te houden met de buitengerechtelijke aspecten.”