"Tannenberg heeft Polen veranderd in een periferiestaat tot een centraal Europees land", schrijft het Poolse dagblad Polska op zijn voorpagina. In 1410, nu 600 jaar geleden, kwam het vlakbij het Poolse dorpje Tannenberg (of Grunwald) tot een degenkruisen van de fine fleur van de Europese ridders. Het werd een van de grootste veldslagen van de Middeleeuwen. De strijdkrachten van de Teutonische Ridderorde (ook wel Duitse Orde genoemd), die gesteund werden door de legers van de West-Europese ridders, werden verslagen door het Pools-Litouwse leger dat aangevoerd werd door de Poolse koning Jagiełło. Ook Tsjechen en Roethenen (Oekraïenstalige bevolkingsgroepen in Oost-Europa) vochten aan Poolse zijde. “Het was het grootste machtsvertoon van Middden-Europa, dat in die tijd door het Westen werd gezien als één van zijn veroveringen”, aldus Janusz Lewandowski, Eurocommissaris Begrotingszaken in een interview met Polska.

De slag bij Tannenberg werd later de mythe waarin niet alleen het onafhankelijke Polen zijn wortels had, maar ook Litouwen, en een “apotheose van het Poolse natiedom”. Maar de gebeurtenis wierp zeer lang een schaduw over de Pools-Duitse verhoudingen (de Teutonische ridders waren voornamelijk Duits) en werd gebruikt voor propagandadoeleinden. De Poolse communistische autoriteiten schilderden West-Duitse politici, waaronder Konrad Adenauer, af als de voortzetters van het imperiale beleid van de Grote Meesters van de Teutonische Orde.

Vandaag de dag lijkt het erop dat de slag bij Tannenberg eerder zal herenigen dan verdelen. De presidenten van Polen, Litouwen, Roemenië en Moldavië zullen de herdenking van de slag bijwonen, net als de huidige Grote Meester van de Teutonische Orde, de Italiaan Bruno Platter. Op zaterdag 17 juli zal de veldslag ten tonele worden gebracht op de vlaktes van Tannenberg in het bijzijn van zo’n 200.000 bezoekers.