Gisteren heeft het Europees Parlement zijn fiat gegeven aan een gemeenschappelijk Europees octrooi. Het besluit verheugt Les Echosdat kopt: “Europa krijgt eindelijk een concurrerend octrooistelsel”.

Het Franse economische dagblad schrijft dat “dertig jaar van gesteggel eindelijk zijn vruchten heeft afgeworpen. De Europese Unie heeft voor één keer een concreet verzoek uit het bedrijfsleven ingewilligd”. Het gemeenschappelijke Europese octrooi zal in 2014 in werking treden. De krant licht toe:

In concreto houdt dit in dat een uitvinder nu geen kosten meer hoeft te maken voor het laten vertalen en inschrijven van zijn octrooi in elk land waar hij dit wil laten beschermen. Iedereen kan nu bij het Europees Octrooibureau één enkel octrooi aanvragen waarmee hij in 25 lidstaten bescherming geniet. Het is nog afwachten of Italië en Spanje, de laatste twee landen die dwars lagen, ook overstag zullen gaan. De octrooien zullen beschikbaar zijn in een van de drie belangrijkste officiële talen van de Europese Unie (Frans, Engels en Duits). In geval van geschillen zal de juridische procedure uniformer en eenvoudiger zijn. […] Door de goedkeuring van de Europarlementariërs kan het Europese Midden- en Kleinbedrijf nu eindelijk op gelijke voet concurreren met de Verenigde Staten en China. Met het vereenvoudigen van het vertaalstelsel zullen de vertaalkosten met minimaal een factor zes afnemen.

Maar waarom duurde het zo lang voor de kogel eindelijk door de kerk was, terwijl het bedrijfsleven, aldus Libération, “al die tijd stond te trappelen van ongeduld?” Vanwege taalkundige redenen, legt het Franse dagblad uit:

Hoewel de kosten van de vertalingen voor rekening kwamen van het Europees Octrooibureau – ieder bedrijf kon zijn aanvraag altijd in zijn moedertaal indienen – eiste Italië dat de proceduretaal uitsluitend Engels zou zijn, terwijl Spanje een lans brak om het Spaans toe te voegen. Ze weken geen duimbreed van hun standpunt, wat ook te verklaren is doordat beide landen met veel namaak kampen (bijvoorbeeld de beroemde namaaktassen van Vuitton uit Italië).

Het geduld van de Commissie raakte op en eind 2010 stelde zij 'een versterkte samenwerking' tussen 25 landen voor om de Spaanse en Italiaanse veto’s te omzeilen. […] In juni kwam er een compromis uit de bus rollen: de rechtbank van eerste aanleg, voorgezeten door een Fransman, zal in Parijs worden gevestigd, evenals de kamer voor octrooien op het gebied van elektriciteit, telecommunicatie en openbare gebouwen en werken. Maar de kamer die zich bezighoudt met octrooien op het gebied van algemene werktuigbouwkunde zal in München komen (30 procent van de verwachte geschillen) en de kamer voor geneesmiddelen en biotechnologie in Londen (30 procent van de geschillen). En het Gerechtshof voor octrooizaken zal zijn zetel krijgen in Luxemburg. Al met al een fraai bakbeest dat op zijn vroegst in 2014 in werking zal treden.

Van Spaanse zijde wordt vooral de geïsoleerde positie van Madrid en Rome in dit dossier uitgelicht. ABC bestempelt het gemeenschappelijke octrooi als 'discriminerend' ten aanzien van het Spaans en het Italiaans:

Uiteindelijk hebben Spanje en Italië aan het kortste eind getrokken en zij staan nu helemaal alleen […]. Spanje blijft bij zijn standpunt en wil dat het Spaans een van de officiële talen van het Europese octrooi wordt, door de nadruk te leggen op de gevolgen hiervan voor de Latijns-Amerikaanse markten die steeds nauwer met de Europese economie verweven zijn. Toch is het aantal octrooien dat in de Spaanse taal wordt ingediend tot op heden erg laag in vergelijking met de octrooien die in het Duits of Engels zijn opgesteld.