Op 2 september ontmoeten Israëliërs en Palestijnen elkaar in Washington in een nieuwe poging het vredesproces vlot te trekken. De besprekingen worden aangestuurd door de Verenigde Staten, maar de Europese Unie is totaal afwezig.

Het is onbegrijpelijk dat “president Obama de EU niet aan de onderhandelingstafel nodigt”, stelt Yossi Beilin met verbazing vast in [La Vanguardia](http:// http://www.lavanguardia.es/premium/epaper/20100902/53993131277.html). De voormalige Israëlische minister van Justitie, voorzitter van het Initiatief van Genève en onderhandelaar tijdens de besprekingen in Taba in 2001, wijst erop dat “de belangrijkste stappen in het vredesproces de afgelopen twintig jaar in Europa zijn gezet”: de conferentie van Madrid in 1991 en de akkoorden van Oslo (1993), Parijs (1995) en Genève (2003).

Toch is Barack Obama zich volgens Yossi Beilin wel degelijk "bewust van de enorme ervaring van de Europeanen” en weet Obama dat om tot een akkoord tussen Israëliërs en Palestijnen te komen*"**er een beroep op Europa zal worden gedaan voor de oplossing van de drie grootste problemen met een internationale dimensie”* : financiering, deelname aan een multinationale vredesmacht die moet helpen een Palestijnse staat tot stand te brengen, en steun voor de opname van Palestijnse vluchtelingen.

Onder deze omstandigheden, zo betoogt de voormalige Israëlische onderhandelaar, dient Europa niet te “bedelen” om een rol in het hernieuwde vredesproces, maar moet het “voortdurend bij de gesprekken betrokken” zijn. Zoals tijdens de conferentie van Madrid, toen "de Europeanen een sleutelrol vervulden” in de voortgang van de onderhandelingen. Volgens Beilin “behoren de Verenigde Staten en de betrokken partijen Europa te vragen een beslissende rol te spelen".