Catherine Ashton, hoofd van de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO), heeft gefaald: de afgelopen jaren heeft de EU bij geen enkele belangrijke buitenlandse aangelegenheid met één stem gesproken. Zo luidt de conclusie van een conceptrapport van de commissie buitenlandse zaken van het Europees Parlement, die de organisatie en het functioneren beoordeelt van de EDEO, die in december 2010 het licht zag.

“We hebben één stap voorwaarts gezet, terwijl we veel meer stappen hadden verwacht”, zegt de voorzitter van de commissie, Elmar Brok in Rzeczpospolita. Brok is van mening dat de EDEO onvoldoende gebruik heeft gemaakt van het mechanisme voor intensievere samenwerking zoals omschreven in het Verdrag van Lissabon, dat

een bepaalde groep landen in staat stelt om overeenstemming te bereiken over acties als onderdeel van het gemeenschappelijke beleid van de hele EU. Helaas is deze werkwijze nooit toegepast, ook al had dat uitstekend gekund bij onder meer de interventie in Libië.

Brok zegt dat het falen van de EDEO wordt veroorzaakt door een gebrek aan eensgezindheid op het gebied van buitenlands beleid in de Europese Raad, in combinatie met het feit dat Lady Ashton een bredere visie ontbeert en er bovendien niet in slaagt om de buitenlandse agenda te bepalen. Het dagblad schrijft verder dat het gebrek aan werkelijke politieke invloed van de EDEO naar de mening van de commissie te wijten is aan de gebrekkige structuur van de organisatie met veel door elkaar lopende bevoegdheden waardoor het besluitvormingsproces wordt vertraagd.

Het rapport noemt echter ook een aantal successen van de EDEO, bijvoorbeeld in het proces tot een akkoord over de normalisering van de betrekkingen tussen Servië en Kosovo. De EDEO is bovendien een goede onderhandelaar gebleken met betrekking tot het Iraanse kernwapenprogramma.